Nieuwe vensters


Het ontstaan van het dorp Nij Altoenae. Toen in 1600 de Nieuwe Bildtdijk was aangelegd, ontstonden er ook paden richting het noorden. Eén daarvan was het “Wechy”, een modderpad, later een verhard pad en daarna een geasfalteerde weg. De eerste woning aan dit “Wechy” staat er nog steeds, op de hoek van ’t Kort Môrn en wel aan de noordkant daarvan. (Schuringaweg 31) Deze woning is gebouwd in 1879 en stond er eerder dan het Strandhuis, op het einde van het “Wechy”, en dat in 1899 is gebouwd. De mensen woonden langs de Oude- en Nieuwe Bildtdijk en waren direct of indirect betrokken bij de landbouw. Hier waren ook de winkels, bakkers en kroegen, maar voor onderwijs en kerkgang was men gericht op de dorpen. Voor het Wechy was dat St. Annaparochie. Door het grote aantal kinderen op de dijken kwam er behoefte aan een school. Begin 1900 werd er door “de Vereniging tot bevordering van christelijk nationaal onderwijs te St Annaparochie”, een perceel grond (groot 1 ha. en 7 are) aangekocht ten oosten van het “Wechy” en aan de noordkant van de Oude Bildtdijk. In 1903 wordt hier een 3-lokalige school en schoolhuis gebouwd. Dit gebeurt in overleg met “de vereniging christelijke belangen te Oude Bildtdijk”. Deze vereniging heeft een lokaliteit met kosterswoning op de hoek van de Oude Bildtdijk en het “Wechy”, waar catechisatie en bijbelstudie wordt gegeven door de gereformeerde kerk van St Annaparochie. (Oude Bildtdijk 378 en 380) In 1915 koopt dezelfde vereniging christelijke belangen een stuk grond ten noorden van het schoolhuis en verder noordwaarts kopen 2 particulieren 2 kavels t.b.v. woningbouw. (nu Schuringaweg 32 t/m 36) In 1918 krijgt men toestemming van de gereformeerde classis Hallum hier een kerk te institueren en wordt de eerste kerk gebouwd (Schuringaweg 30) die eigenlijk direct al te klein is. In 1919 komt er aan de zuidkant van de school een pastorie (Schuringaweg 20) en zijn er al plannen de kerk uit te breiden. Dit leidt uiteindelijk tot de bouw van de huidige kerk in 1928. Vanaf die tijd worden er meer woningen gebouwd langs het “Wechy”. Eerst aan beide zijden van de school en kerk en aan de noordkant van het huidige Kort Môrn. Ook een winkel en een bakkerij worden in die tijd gebouwd. (Schuringaweg 3 en 5) Na de tweede wereldoorlog wordt er achter de lagere school een kleuterschool gebouwd en de gehele westzijde van het “Wechy” wordt volgebouwd en dan is het eind jaren 60. Daarna gaat het dorp meer vorm krijgen door eerst de bouw van 5 bejaarden woningen achter de vroegere bakkerij aan de Schuringaweg 3 en met de aanleg van de Matthijs Smitstraat en de ds. Veenstraat krijgt het dorp meer vorm. Aan deze straten komen vooral huurwoningen maar in de jaren 70 ook enkele particuliere woningen. Begin jaren 80 komt ’t Kort Môrn erbij waar in 1984 de nieuwe school “de Noordster” wordt gebouwd en de oude school aan de Schuringaweg (Wechy) wordt afgebroken. De kleuterschool wordt dan gebruikt door Plaatselijk Belang als dorpshuis “de Nije Utwyk”. Het vorige dorpshuis was gevestigd in een dubbele arbeiderswoning aan de Oude Bildtdijk (nr 402) In 2000 werd het nieuwe dorpshuis geopend op het in 1984 aangelegde sport- en speelveld en in 2010 nog uitgebreid. Na 2000 is het nieuwbouwplan uitgebreid met ’t Putstik waar alleen koopwoningen zijn gebouwd. Ook kreeg Nij Altoenae in 2006 de dorpsstatus voor het gebied tussen de bebouwde kom-borden. Achter de school “de Noordster” is nu in 2022 nog plaats voor een aantal woningen en zal er moeten worden gekeken naar verdere uitbreiding van “de Kroan op ’t Bildt”.

Sylster Siel Ds. Schuilingstraat 1,  SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL ’n Multifunctioneel gebouw: Woning, Bakker, Grutterij, winkel , onbewoonbaar verklaard, garage, berging en postkantoor.                      Bewonings- en eigendomsgeschiedenis van het pand De eerste officieel geregistreerde bewoner van het pand aan de ds. Schuilingstraat 1 was Arjen Cornelis Kooy, werkman, geboren op 25 september 1775. Gedurende de periode tot 1832 woonden er uitsluitend werkmannen in het pand. De bakker Jan Hendrik de With wordt genoemd als eerste eigenaar.Eigendomswisselingen en bewoners in de 19e eeuwIn 1855 werd het eigendom overgedragen aan Jan Tjeerd Polstra, een landbouwer uit Hantumer Uitburen. Daarna woonde het gezin Van der Kolk de Groot in het pand. Opmerkelijk is dat drie leden van dit gezin tussen 1862 en 1869 naar Noord-Amerika zijn vertrokken.Versmelting en verdere ontwikkelingenIn 1875 werd Gouke Jilts Meester, grutter, eigenaar van het pand. Dan wordt het samengevoegd tot kadasternummer C810, bestaande uit huis, erf en grutterij. Tussen 1876 en 1905 verbleven Jacob Ritskes Stap en zijn gezin in het huis. Vanaf 1905 namen Gouke Jilts Meester en Janke Feijes Stienstra het eigenaarschap en de winkelierstaak op zich.Verdere eigendomswisselingen in de 20e eeuwHet eigendom van de voorste delen (C1277) ging in 1911 over op Jelle Pieters van Dijk, gardenier. In 1925 werden Sjoukje de Jong en Sijbe Arjen Wiersma de nieuwe eigenaren. Hierna verscheen de familie Broekens-Tjepkema op de bewonerskaart; Johannes Fedzes Broekens trad later op als eigenaar en timmerman.Wiebe de Vries (1956) en Jeltje Wijnia (1959) kwamen er vervolgens wonen tot respectievelijk 1959 en 1964. In 1964 verkocht Fetze Broekens, eveneens timmerman, de panden aan timmerman Pieter van Slooten.Functieverandering en statuswijzigingenIn 1965 werd het achterste deel van het pand onbewoonbaar verklaard. De functie van het achterste deel werd aangepast naar pakhuis, berging, winkel en garage. In 1983 werd de status van onbewoonbaar opgeheven, omdat het pand zijn woonfunctie inmiddels had verloren en een andere bestemming had gekregen. Later heeft het pand nog als postkantoor gefungeerd, inmiddels is het onderdeel van de woning aan de Keuningsstreek 4. Sytse Keizer, Ouwe-Syl okt. 2025,    

Markante Bilkerts, Dirk Rogchus Bokma Sytse Keizer Inleiding Mijn verhaal begint in 1999  in de studiezaal van het gemeentehuis van ’t Bildt. Hier is op verzoek van de heer M.W. van der Sluis onderzoek uitgevoerd naar ene Dirk Rogchus Bokma en zijn familie. Meer dan tien jaar later, in oktober 2010, was ik pas begonnen met mijn wekelijkse werkbezoeken in de studiezaal.  Ik had van de Ouwesylster timmerbaas Pyt van Slooten een vraag meegekregen: ‘Waar d’r ’n meester Bokma op ‘e Syl’? Ja, die was er: Marten Alberts Bokma, hoofdonderwijzer van de Bijzondere school aldaar. (1898-1929). Deze school was door de Vrij-Evangelische Gemeente van Oudebildtzijl en Oude Leije, gesticht in 1886. De school is in 1913 omgezet in een gecombineerde school voor het Chr. Nat. Onderwijs van de Vrij-Evangelische Gemeente, de Hervormde en de Gereformeerde kerk. Dirk Rogchus Bokma De beantwoording van de vraag kreeg een totaal andere wending door de eerdere vorsing naar die andere Bokma, Dirk Rogchus. Daarin stond het volgende: ‘Dirk Rogchus Bokma is het jongste kind (geb. 2 mrt 1831) van Rogchus Alberts Bokma en Sijtske Martens van der Plaats.  Zijn moeder sterft op 18 mei 1842 , Dirk wordt op 28 mei 1842 met zijn vader opgenomen in het armhuis, zijn vader sterft op 18 juni 1842, de kleine Dirk (11) blijft als wees achter in het ‘armhuis’. Later behoort Dirk tot het personeel van hetzelfde armhuis en is ‘leerling tot onderwijzer der jeugd’. Op 16 juni 1851 kreeg hij eervol ontslag als ondermeester te Vrouwenparochie, omdat ‘hij zich wilde doen opleiden in het positief Christelijk Onderwijs te Nijmegen’. In 1857 gaat hij naar Arnhem en was later ook werkzaam als hoofd der school in Franeker en Dokkum. Maar waarom ging het ineens over deze Dirk Rogchus Bokma ? Vanaf half augustus 1878 volgde de later Vincent van Gogh drie maanden een vooropleiding aan de Vlaamse opleidingsschool voor evangelisten aan het Sint-Kathalijneplein in Brussel. Onze Dirk Rogchus is daar dan directeur en geeft ook godsdienstles aan Vincent!  Die vertrok daarna als evangelist naar de Belgische mijnstreek de Borinage. Twee jaar later keerde hij als beginnend kunstenaar terug in de stad en volgde lessen aan de kunstacademie. Nog veel later in 1902 bezoekt dochter van Dirk Rogchus, Sijtske haar oom Marten Alberts Bokma (hoofd van de school in Oudebildtzijl)… (Andere) Bronnen oa. Liagre Guy ‘Een veelkleurig bestaan’.            Sannes Hartman. Geschiedenis van het Bildt, IIIA, blz. 328            Ferwerda Leendert, Een Uytland gheheten Bil, blz. 153            Van der Wal A, Cahier van. Blz. 131. www.sytsekeizer.nl, sytse.keizer@gmail.com

Bildtse tijden Markante Bilkerts, ’t Hoen, de Heineken van ’t Bildt SYTSE KEIZER , OUWE-SYL Bierbrouwerij op de kaart van Jan Jansz Coster 1571 Op de kaart van Jan Jansz Coster (1571-afbeelding) zijn niet alleen boerderijen en dijkdoorbraken te zien. Als je inzoomt op het centrum van St.-Annaparochie, zie je een zwarte rookpluim uitstijgen boven de kruiskerk van het hoofddorp op ’t Bildt. Het is onmiskenbaar van de bierbrouwerij die daar toen al stond langs de vaart! (Nu van Harenstraat 13, Oosteinde (Smalle Kant) ’t Hoen(s) en maken van bier. Hendrik Gerrits ’t Hoen was daar destijds bierbrouwer en zoon Krelis Hindriks ’t Hoen in 1604. In 1718 betaalde Krelis Hindriks ’t Hoen grondpacht aan de kerk- en armvoogden. Zijn bierbrouwerij stond namelijk op de 1 morgen kerkeland, dat de parochie kreeg toegewezen bij de bedijkingsovereenkomst van 1505. Allemaal bierbrouwers met de naam ’t Hoen, maar zij manifesteerden zich niet alleen als brouwers. Het productieproces voor het maken van bier bestaat ook uit het verbouwen van gerst, wat eerst moet worden gemout. ‘Als informatie over het mouten: ‘Dat houdt in dat het gerst  wordt geweekt in water en vervolgens moet kiemen. Tijdens het kiemen komen enzymen vrij die het zetmeel in het graan omzetten in suikers. Daarna wordt de gekiemde gerst gedroogd in een moutoven. Dit noemen we mouten. Het resultaat is mout, de basisgrondstof voor bier. De mout wordt vervolgens grof gemalen, oftewel geschroot in een moutmolen, Het schroten zorgt ervoor dat de suikers straks goed kunnen oplossen in water. Zonder deze stap zou het brouwsel geen smaak krijgen, dus dit is echt een kwestie van de puntjes op de i zetten’. ’t Hoendiep? Gerrit Adriaensz ’t Hoen staat op de kaart van Jan Jansz Coster als boer,  later boerderij ‘de Vogel’ ten Noordwesten van de vlasfabriek. Hij leverde de grondstof gerst. Maar ook zijn er boeren met de naam ’t Hoen bekend, die boerden langs dezelfde Smalle Kant ’van St.-Annaparochie, waar de brouwerij stond.  De gehele productielijn voor het maken van bier stond daar trouwens aan die kant, want ook de moutmolen was daar aanwezig nu Primera/Aldi, zie afbeelding.  Deze molen behoorde in 1536 tot de boerderij aan de westzijde ,  later in bezit van Cornelis Frericks, (ook een ’t Hoen. De naam het Hoendiep zou daar toch ook niet hebben misstaan. In de 19e eeuw was de naam van de brouwerij De Zwaan. De familie ’t Hoen was tevens  actief aan het eind van het bierproces: Men was  herbergier in St.-Anne. De familie ’t Hoen had dus een lange en brede traditie met het maken en verstrekken van het Bildtbier. www.sytsekeizer.nl,  sytse.keizer@gmail.com

Bildtse tijden Markante Bilkerts: Oorlogs-Evacué Cees Eelman bracht Ouwe-Syl in beeld.  SYTSE KEIZER, OUWE-SYL Inleiding Nynke Bierma kent prachtige verhalen over Oudebildtzijl. Zij woonde zo’n zestig jaar geleden samen met haar gezin op de boerderij aan de Oudebildtdijk 60, dicht bij de Nieuwebildtdijk. Door haar interesse in de geschiedenis van ’t Bildt kwam zij enkele jaren geleden bij mij met het bijzondere verhaal over Cornelis Willem Johannes Eelman, beter bekend als Oom Cees Eelman. Evacuatie en familiebanden Nynke vertelde dat Cees Eelman in de herfst van 1944 als evacué verbleef bij de familie Bauke van der Weg, op de eerste boerderij ten noordwesten van Oudebildtzijl. Cees was de broer van Johanna Eelman, die van 1932 tot 1942 domina was van de plaatselijke Doopsgezinde kerk. Eelman was getrouwd met Anna M. van der Leck, die huishoudster was van de genoemde domina. Hun kennismaking vond plaats in Oudebildtzijl. Zij kregen een zoon, Leen Eelman, die tegenwoordig in Amsterdam woont. Blijvend contact en zomerse bezoeken Na de oorlog kwam het gezin Eelman elke zomer logeren bij Nynkes oom en tante, Douwe Hessels Bierma en Jik Bierma-Schat. Dankzij deze zomerse bezoeken bleef Nynke in contact met de familie Eelman. De kunstenaar  Cees Eelman Wat Cees Eelman bijzonder maakt, is zijn talent voor tekenen. Hij maakte prachtige tekeningen van Oudebildtzijl en de omgeving. Enkele van die werken schonk hij uiteindelijk aan Nynke, met de bedoeling dat zij ze een mooie bestemming zou geven. Nynke besloot op haar beurt drie kunstwerken aan mij te schenken. Onlangs heb ik deze werken overgedragen aan de Bildtse schatbewaarder, Bildts Aigene. De nalatenschap en het depot Als illustratie zijn twee van de zes bekende werken van Eelman van Oudebildtzijl en omgeving te zien. Waarschijnlijk heeft hij er nog meer gemaakt. In een depot van Koningin Wilhelmina werden destijds ook tekeningen van zijn hand bewaard.  De andere vier bekende  werken van Oudebildtzijl en omgeving zijn ‘Oudebildtzijl, NB Dijk en Schelte v.d. Mey,16 juni 1945’;  ‘Oudebildtzijl, 28 sept. 1945 Huize Boersma’ (nu Aerden Plaats); ‘Vrouwbuurtstermolen’ en ‘de plaats (boerderij-SK) van Thijs Bosma tegenover wijlen Hiltje Keizer Oudebildtzijl’ De zes bekende zes werken van Oudebildtzijl en omgeving zijn te bewonderen op de site van Bildts Aigene: https://bds.bildtsaigene.nl/  in het fotoarchief, zoeken met trefwoord Eelman. Voor meer informatie: www.sytsekeizer.nl,  sytse.keizer@gmail.com

Bildtse Tijden Aanleg zomerdijken en verhogen kwelderwallen Billând in de periode 800-1600. SYTSE KEIZER, OUWE-SYL In december 2025 is de derde druk van mijn boek Billând verschenen met een belangrijke aanvulling op de eerdere drukken Het biedt nieuwe inzichten in de aanleg van de zomerdijken en het verhogen van de kwelderwallen op Billând in de periode 800-1150. Uit recent onderzoek zijn elf sterke aanwijzingen naar voren gekomen die inzicht bieden in de start van de aanleg van zomerdijken en verhogen kwelderwallen tussen de jaren 800 en 1600: 1.Geen stormen van betekenis voor Billând tussen 838 en 1196, dus tijd  en    gelegenheid hiervoor. 2.Klein verschil tussen hoogte gemiddelde zeespiegel en hoogte maaiveld. 3.Na de grote storm in het jaar 838 besef voor aanleg zomerdijken tijdens gunstige regressie (daling) van de zeespiegel. (zie afbeelding 1) 4.Tijdens transgressie (stijging) van de zeespiegel F-H noodzaak toegenomen voor doorstart aanleg dijken en verhogen kwelderwallen (Oude- en Nieuwebildtdijk) 5.De ontwikkelde perceelstructuur is duidelijk te herleiden. (zie afbeelding 2) a. Percelen die strekken haaks op de kwelderwallen of zomerdijk. b. Perceelstructuur die ontstaat uit de vorm van de Burdines met ellips of rechthoek aangegeven. c. Perceelstructuur die gevormd wordt uit de getijbeweging haaks op de zomerdijken. Rond de zomerdijk 1 (Skrédyk/Langstraat en ten zuiden van    Vrouwenparochie is de vroege perceelstructuur door het inpolderen van de Burdine -800 zichtbaar.  Van de Burdine 1100-1250 zijn nog sporen aan de westkant van zomerdijk 2  (de Súdhoekstermiddelweg) terug te vinden. Tenslotte toont de Sitkens Rijd nog de reparaties na de inslag van 1287 in de Sitkens Rijd. De percelen volgen hier de vorm van de diepe lange geul. 6.Kaartreconstructie Peter Vos, situatie in het jaar 1400 laat een gesloten kust zien aan weerszijden van de Sitkens Rijdt. 7.De bruikbare oppervlakte van 't Bildt is in 1506 al 6000 morgen. 8.De goed georganiseerde boeren en horigen bleven achter na de Frankische tijd om met deze werkzaamheden te beginnen. 9.De drie gemeten aspecten aan weerszijden van de zomerdijken.(zie Bildt.nu, woensdag 24 augustus 2022, blz. 15) 10.Rapportages over dijken en sloten van Noormannen over de eerste helft van de10e  eeuw.(Bronnen: Jan de Vries, De Wikingen in de lage landen bij de zee, 1923 en Joan  Hugo van Bolhuis De Noormannen in Nederland, 1834.) 11.Na de storm van 1287 zijn er gedurende een lange periode grote losgeslagen stukken grond door de zee naar Billând gevoerd, tijdens een transgressie van de zeespiegel tot 1,40+ NAP-H) waarmee Billând verder is opgebild vooral tussen de zomerdijken 4,5 en 6, later het Oud- en Nieuw Bildt.  De perceelstructuur is daar meer verder gevormd door de getijbeweging haaks op de zomerdijken.                                                                          

Sylster Siel Ds. Schuilingstraat Inleiding De geschiedenis van de Ds. Schuilingstraat gaat terug tot rond het jaar 1200. In deze periode begonnen boeren en monniken van het klooster Mariëngaarde met het aanleggen van een zomerdijk op een reeds aanwezige kwelderwal. Deze dijk werd de Monnikendijk genoemd en was van groot belang voor de bescherming van het gebied tegen het water. Ontwikkeling van de hoofdweg. Aan de oostzijde van de Monnikendijk ontstond snel een enclave, waarvan een uithof van klooster Mariëngaarde het middelpunt vormde. De nederzetting werd via de zeegeul, de Oude Rijd van 1200-1287 drie keer getroffen door zware overstromingen.  Hierbij brak de dijk op een aantal plaatsen door en er ontstonden wielen (kolkgaten) achter de dijk aan de landzijde. Steeds werd de herstelde dijk om deze wielen heen geleid, wat bepalend was voor de uiteindelijke vorm van Oudebildtzijl. Ook in het huidige gebied van de Ds. Schuilingstraat zijn de sporen van een wiel zichtbaar (wiel 2-zwart, zie afbeelding 2). Hier werd de zomerdijk voor de tweede keer om een wiel geleid (aangegeven met een gele lijn). De derde dijkdoorbraak en het daarbij ontstane wiel (geel) bepaalden uiteindelijk het verloop van de hoofdweg (geel/oranje/rood).  Latere veranderingen en benamingen. Na deze gebeurtenissen werd de Monnikendijk meerdere malen verhoogd en werd de overgebleven doorbraak, de Sitkens Rijd ten westen, uiteindelijk gedicht. De laatste verhoging van de Monnikendijk vond plaats in 1505.  Nu is  dat de Oudebildtdijk . In de volksmond kreeg de hoofdweg door Oudebildtzijl verschillende namen. Het gedeelte van de hoofdweg ten westen van de sluis of ‘pyp’ in de Ouwe-Rijd (lichtblauw) werd Hoge streek west genoemd, terwijl het deel ten oosten Hoge streek oost heette. Het lager gelegen, zuidelijke deel aan de westzijde kreeg de naam Lege (Lage) streek’ vanwege de lagere ligging langs de oude wiel ten opzichte van de hoge dijk. (afbeelding 3) Uiteindelijk werd dit westelijke deel bekend als de Ds. Schuilingstraat, genoemd naar Ds. Roelof Schuiling (1783-1871), die dominee was bij de Doopsgezinde Gemeente in de oude vermaning aan deze straat (huisnummer 6). Voor meer informatie: www.sytsekeizer.nl,  sytse.keizer@gmail.com



Nomineer een onderwerp voor deze dorpscanon