Nieuwe vensters


De K.L.M.V.  Het was november 1940 toen de beurtrijders Dirk de Koe, Reinder Jans Lont, Pieter Jans Lont, Gerrit de Vries, Sybren de Koe en Frederik Meijer de koppen bij elkaar staken en de K.L.M.V. oprichtten. De heren waren tot de conclusie gekomen dat ze meer met elkaar konden dan tegen elkaar. In Sint Annaparochie, aan het Zuideinde achter het huis van Pieter Lont (in het oude Armenhuis), werd een werkplaats ingericht. De planning gebeurde vanuit het huis van Pieter Lont. Langzaam groeide het wagenpark en werd een oude tramloods uit Dokkum aan het ‘’t Achteromtsy’ gebouwd. In 1960 werd besloten wegens ruimtegebrek te verhuizen naar de Stadhoudersweg.  Hier groeide de K.L.M.V. langzaam verder uit. In dit nieuwe onderkomen was ruimte voor de planning van de ritten, een kleine kantine en een voor die tijd moderne werkplaats met smeerkuil. In die tijd werden alle aandelen verkocht aan het Britse bedrijf TDG. Aan de Steven Huygenstraat, achter het bedrijf, werd een stuk grond van de gemeente aangekocht, omdat het wagenpark nog gestaag groeide. De rood met blauwe wagens kwam je in heel Europa tegen! In 1984 wilde de gemeente alle bedrijven uit de dorpskernen vandaan hebben en er werd er opnieuw verhuisd. Nu naar het nieuwe bedrijventerrein De Wissel. In 1998 werden alle aandelen weer teruggekocht van TDG door de directeur-eigenaar Piet Lont en hiermee stond de K.L.M.V. weer op eigen benen.   In 2010 verkocht Piet Lont, bij gebrek aan opvolging, de K.L.M.V. aan AB Texel en zo kwam een einde aan het mooie familiebedrijf. Op dat moment werkten er veertig man. In 2025 schreef Jan Faber een boek over de 70 jarige geschiedenis van de KLMV.Hij was veertig jaar in dient bij de KLMV, heeft een schat aan foto’s verhalen eninformatie verzameld.Het boek telt 100 pagina’s en +/- 350 foto’s, het is te lezen in de bibliotheek vanSint Annaparochie.

Waterwegen Billând (1) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL In afbeelding 1 ziet u de belangrijkste waterwegen van Billând.In dit eerste venster over dit onderwerp wil ik over de Ouwe Rijd/Kaaifaart (2) vertellen.Deze vormde de verbinding tussen ’t Wad en de Sitkens Rijd. De oostkant van het water, vormt de grens tussen de oude gouwen, Oostergo en Westergo.Aan de hand van een aantal kaartreconstructies van 800 (paars),1250 (lichtblauw)  en 1500 n Chr. (blauw). heb ik de geschiedenis van deze belangrijke waterweg kunnen achterhalen.Op de kaartreconstructie afb.2 zijn twee takken van een uitgang van 1500 richting zee te zien. (Blauw) De langste tak ligt in het verlengde van een meander die daar tot ca. 1380 lag (donkerblauw). Als wij vandaag de dag het tracé van de waterweg tussen Nieuwebildtzijl en het begin van de Oude Rijd bekijken (oranje), valt op dat er vanaf Nieuwebildtzijl (A) tot aan punt G (eind Laaisterstreek vijf rechte stukken kanaal (A-B, B-C, D-E, E-F en F-G en een nog slingerend kort stukje (C-D) zijn te onderscheiden.  De gegraven kanaalvakken leverden grond op, hiervan is een kade gemaakt, vandaar de naam Kaai (kade) - vaart. Het valt verder op, dat de grond niet evenredig verdeeld is naar beide zijden. (kijk hiervoor maar naar de Keuningsstreek/ Laaisterstreek – vak F-G en van Albadaweg /Wechy- Tjeerd Thijssenstraat/ Sportstraat- vak D-E). Het deel ten zuiden van punt G gaat door als Ouwe Rij. Op de kaartreconstructies van 1250 en 1500 is het verder verloop naar het zuiden niet verder aangegeven (Meander D-G donkerblauw al aanwezig toen dus) De Oude Rijd begint bij punt G en lag daar ook al als geul en loopt door langs Vrouwbuurtstermolen tot de Sitkens Rijd/nu Blikvaart. Gezien de bedrijvigheid van de Monniken op het tichelwerk en de kalkovens dichtbij ten zuiden van Oudebildtzijl moet deze waterweg Oude Rijd/Kaaivaart allang voor 1500 in functie zijn geweest voor de logistiek tussen deze industrie , de Waddenzee en de rest van Billând. De afbeeldingen 3-5 tonen nog een foto van drie dijkvakken van de Kaaifaart.Bron: Sytse Keizer 2022,2023, Billând, Hoofdstuk 14

De strijd tegen het water (1) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Dijkdoorbraken BillândVoordat je het over dijkdoorbraken op ’t Billând kan hebben, moet je ook eerst de meer grotere openingen, die er in de loop van tijd langs de Noordelijke kustlijn zijn geweest beschouwen. Hier kan de zee van nature meer vat op de kustverdediging hebben gehad.Deze openingen zet ik hier nog ’n keer op ’n rijtje: 1. De geulen in het Boornebekken van 500 na Chr. tot 800.(afb.2) 2. Burdine  van 800-1250. (afb. 3) De geul en de brede en ondiepe “uiterwaarde”, het estuarium van de Middelsee slibde langzamerhand dicht tussen 800 en 1200. Deze geul liep diagonaal over Billând, bleef nog een tijdje bestaan maar er werden al gauw aan weerszijden zomerdijken aangelegd. Na de storm van 1196 was de geul omstreeks 1200 afgedamd ter hoogte van alle vier zomerdijken van de Langstraat tot en met de Oudebildtdijk onder leiding van de monniken, samen met de al aanwezige boeren. Die monniken hadden zich vanaf 1163 op de abdij van Mariëngaarde- Hallum en in 1182 op die van Lidlum gevestigd.Hiermee was Billând voor de eerste keer bedijkt De stormen in 1219 en 1248 sloegen stukken zomerdijk weg en gaven de Burdine een andere vorm. Er ontstonden veel wielen en omleggingen, die niet alleen in de Oudebildtdijk zijn gevonden, maar bijvoorbeeldook meer binnenlands bij de Stienzer Hogedyk, de Griene Dyk, de Alddyk en de Hearewei. Alleen verder archeologisch onderzoek kan aantonen wanneer die precies hebben plaatsgevonden. Van een tiental dijkdoorbraken heb ik wel het jaar van de doorbraakkunnen vaststellen. (zie het boek Billând, hoofdstuk 15.)3. De dijkdoorbraak door de St.-Luciavloed van 1287. Hierdoor ontstond weer een lokale open verbinding met het Wad, die tot ongeveer 1450 na Chr. bleef. Daarna werd deze Sitkens Rijd gekanaliseerd en drooggelegd door de kleine Blikfaart en de grote Blikfaart. Dit kwetsbare deel van de Billândse kust werd hierna ook beschermd door strekdammen.4. 1287: Doorbraak Dijkshoek.(Voor deze dijkdoorbraken 3 en 4 zie Bildtse Tijden 13 van 16 oktober 2024-Bildt.nu) Tijdens de zoektocht naar deze littekens van het oude Billând, kon ik in totaal 32 grote sporen van dijkdoorbraken tellen. (afb.1) Deze zijn als volgt verdeeld: 17 in de Zomerdijken (1 in de Middelweg, 10 in de Ouwe-Dyk, 1 in de Nije-Dyk en 5 in de Pôldyk, later Delta-dijk.) De rest van 15 doorbraken kon ik terugvinden in de dijken/kwelderwallen meer landinwaarts langs de zuid- en oostkant om het Billând, waar de zee al eerder het getijdebekken van de Boorne verder kon doordringen. In mijn vorige publicaties heb ik vooral de dijkdoorbraken in de Ouwe-Dyk aangehaald. In de afbeeldingen 4 en 5 ziet u nog twee duidelijke sporen van aanslagen op de Oostkust. 

Monniken op Billând SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Welke monniken hebben Billând mede opgebouwd?De Monniken die ook het Billând  inrichtten liepen met hun runderen tussen de kloosters Mariëngaarde en Lidlum over de Monnikendijk, later Oudebildtdijk, naar de meeden (weilanden).  Dit vee bezorgde hun de naam Vetweiders of Vetkopers. Ik heb sterke aanwijzingen in het archief van de abdij van Tongerlo gevonden, dat de Norbertijnen in Fryslân zich bezighielden met offensieve bedijkingen en het opzetten van waterschappen. ‘De Friese elite moet ze hier binnengehaald hebben, bij gebrek aan een centraal bestuur, burgerlijk en kerkelijk.’  schreef Wilfried Ehbrecht in zijn proefschrift over het Norbertijner klooster Wittewierum. Welke monniken waren hier?Verschillende kloosterordes beschouwden het als hun opdracht de regel van Benedictus van functionalisme nadrukkelijker in praktijk te brengen. Daarom werden de eerste kerken en kloosters overal in Europa in de 12e eeuw vooral bij kustoeverwallen zoals de Noordzeekust en riviermondingen als de Middelsee of Boorne, Zwin en IJzer neergezet. In het noorden van Fryslân waren het vooral de cisterciënzers, de Schieringers en de Premonstratenzers. De Premonstratenzers was de kloosterorde die de heilige Norbertus van Xanten in 1121  stichtte in het Franse Premontré. Voor deze orde  waren het beschouwende en het actieve leven ondeelbaar, zoals het aanwinnen van nieuw land voor de veeteelt, zielzorg en onderricht. Al in 1163 stichtten zij het klooster Mariëngaarde (afb. 2) en later, in 1182, als tweede locatie ook klooster Lidlum bij Oosterbierum.  Wat hebben de monniken gedaan voor Billând?Volgens de eigen beschrijving van de werkzaamheden van de premonstratenzers, de Monastica, vormden de kloosters zelf een waterschap. Hun monniken hielden zich bezig met het afdammen van getij-kreken, het inpolderen van buitendijkse gebieden en Middelsee . De lekenbroeders waren al gauw druk in de weer met het bedijken van nieuw opgebild land met zomerdijken langs de kwelderranden. Dit om hun vee te beschermen tegen de ergste hoogwaterstanden in de zomer. Siardus, de vijfde abt (afb. 3) hield zich ook bezig met dijkenbouw en is mede daarom heilig verklaard. Prof. Hans Mol van de Fryske Akademy schreef in 1991 over middeleeuwse kloosters en dijkbouw in Fryslân: “Deze hypothese van Wilfried Ehbrecht klinkt aannemelijk, maar het probleem is dat ze niet door betrouwbare bronnen wordt ondersteund. Gelukkig heb ik een aantal belangrijke bronnen in Tongerlo gevonden. De Monniken hebben de Monnikendijk, later Oudebildtdijk geheten, direct na de storm van 1196 doorgetrokken over de rivier de Burdine, die daardoor werd afgedamd. Deze dam lag tussen Nij Altoenae en de Koude weg ter hoogte van nu maatsch. Teun de Jong. Om de grote stukken Billând naar het westen toe te bereiken en te beschermen, werd de dam aangesloten op de zomerdijk richting Lidlum. De monniken moesten deze zomerdijk telkens weer repareren en verleggen,  met name na de stormen van 1219 en 1287. De 450 morgen Monninkenland Dit lang gezochte monnikenland  lag aan de westkant van de Ouwe Rijd. Ik heb door het verder bestuderen van de beschrijving van de ligging van dit land stap voor stap kunnen aantonen dat dit monnikenland ten Zuiden van de Oudebildtdijk lag, tussen Ouwe-Syl en Dijkshoek (afb. 4) Op en nabij dit monnikenland zijn in loop van tijd een uithof met kalkovens en tichelwerk bij de Oude Rijd door de premonstratenzer monniken gesticht.         

Boerderijen op 't Bildt (1) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL InleidingDe helft van het profiel van de ontworpen Oudebildtdijk lag er in 1505  al in de vorm van een steeds verhoogde zomerdijk op een brede kwelderwal. Deze werd tussen 1505 en 1508 nog één keer opgehoogd. Tien boerderijen van vóór 1505 In afb. 2 geef ik aan wat er vanaf de negende eeuw  met de Oudebildtdijk is gebeurd. De brede kwelderwal-zwart als basis, de verhoogde zomerdijk van vóór 1505, de verhoogde dijk van 1505 -groen en de situatie direct na de verkaveling in 1509. Met het huidige dwarsprofiel kun je terug redeneren hoe de Oudebildtdijk en de vaarten aan weerskanten er toen bij lagen. Uiteraard is de dijk in die meer dan 500 jaar stevig ingeklonken (van 4.41+ naar 3.30 + NAP- paars) Aan weerskanten zijn vaarten gegraven, die duidelijk zichtbaar zijn op de kaart van Jan Jansz Coster uit 1571. Met de klei uit de gegraven vaarten werd de dijk opgehoogd. De vaart aan de Noordkant is vóór 1547 gegraven, want daarna zijn de oppervlakten van de kavels op het Nij Bildt steeds gemeten en ongewijzigd. De geplande kwelsloot ten Zuiden van de Oudebildtdijk is vervangen door de veel bredere en diepere vaart die ver zuidwaarts uitdijt.  Zover zelfs, dat daardoor een aantal boerderijen in het water zouden komen te staan. Daar werd de vaart in elk geval vóór 1527 gegraven, want langs de vaart hebben vanaf dat jaar de kavels altijd dezelfde oppervlakte gehouden.  De oppervlakte van de kavels langs de zuidzijde van de Oudebildtdijk veranderde niet. De totale oppervlakte van het Oud-Bildt veranderde niet tussen 1509 en 1527. De vaart was al in 1509 op z’n breedst en moest om de al aanwezige boerderijen worden gelegd. De aanwezige boerderijen dateren dus van vóór 1505, want daarna werd de vaart aan de zuidzijde breder. Ik heb minstens tien boerderijen gevonden die daar vóór 1505 hebben gestaan. De Oudebildtdijk was al stevig ingeklonken en de al aanwezige sloot kon breder en dieper worden uitgegraven zonder verlies aan stabiliteit van de Oudebildtdijk. KloosterschurenDe boerderijen zijn op de kaart van 1571 te herkennen als kloosterschuur een type, dat dateert van vóór 1505 en werd gebouwd en gebruikt door de kloostermeiers, boeren in dienst van de abdijen rond Billând. De meeste boerderijen hebben niet de vorm van een langhuis, maar lijken meer op de het boerderijtype kloosterschuur gezien de verhouding tussen de hoogte van de zijmuur en dak van de schuur.( Zie afbeelding 3.) Studie van 23 boerderijen Ik heb 23 interessante boerderijen nader bestudeerd. Hiervan hadden negentien boerderijen een trapgevel op de kaart van 1570, negen langs de Burdine en negen langs de Monnikendijk en met het grondoppervlak in de vorm van de “Bildtse” winkelhaak, een twaalftal staan op een terp en drie op een natuurlijke hoogte. In de 11e en 12e eeuw, kunnen hier op ’t Bildt schuren op woon- huisterpen hebben gestaan. Deze waren zeer waarschijnlijk van het type: Peelo Hovinge 72 ,  1-beukig met de afmetingen: ca. 6,5x36 meter afb. 4.  Gezien de periode van het voorkomen van dit boerderijtype, mogelijke bewoners, gebruik (veestal), vorm en afmetingen kan dit de basis zijn geweest van de in Friesland (incl. ’t Bildt) voorkomende boerderijen van het type kop-hals-romp en winkelhaak. (hoofdzakelijk op ’t Bildt) Hiervan is de breedte van de schuur namelijk nog steeds precies het drievoudige van de breedte van genoemde basistype, namelijk 20 m en de lengte van die schuren wijkt niet veel af van 36m. 

Veldnamen op ’t Bildt (3) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Toponiemen Ringwalburcht-2  In dit artikel het vervolg op de relevante gevonden toponiemen in onderzoek naar de ringwalburcht ten Zuidoosten van St.-Annaparochie.  6.  Toponiem Walburg Dit is de naam van de voormalige boerderij/herberg, vlakbij de walburcht gelegen. Ook liggen er drie stukken land met de naam ‘Walburg’ in de oorspronkelijke wal en in de directe omgeving hiervan. (afbeelding 2) Daarom heb ik een sterk vermoeden, dat deze drie stukken land genoemd zijn naar de ringwalburcht! Deze naam is doorgegeven van generatie naar generatie. 7.     Toponiem Langhuisterweg Langhuizen kunnen vroeger (800-1200) zowel binnen als buiten de ringwalburcht op Billând hebben gestaan. Dat zou dan de latere naam Langhuisterweg verklaren. Langhuis (Langhus) is de algemene benaming voor de primitieve basisvorm van een huis met stal en is ontwikkeld op verschillende continenten en in verschillende perioden, tot ongeveer ’t jaar 1000. Over ‘t Langhus van de Noormannen is vrij veel bekend omdat er op veel plekken restanten van zijn gevonden. Meestal was ‘t huis 20-30 meter lang en 8-9 m. breed Deze typische Noorman-benaming past wel in ’t geheel van vondsten, aanwijzingen en bij andere toponiemen die ik op dit “hoeky” Billând tot nu ben tegen gekomen. 8.     Toponiem Valbrug Rechtsonder in afbeelding 1 staat de boerderij met het toponiem ‘Valburg’ (Burcht met Valbrug), wat daar de plek van een versterking aantoont. De vroegere aanwezigheid van een vesting met een valbrug kan verklaard worden met de vondst daar van een state met trapgevel, (kaart Jan Jansz Coster,1571) die ook werden voorzien van een valbrug of een verdedigbare stins als uithof van monniken. 9.     Toponiem Hoogpâd   Dit geeft de hogere ligging aan, daar in de buurt van de wal, na het slechten van de wal. Deze voorbeelden geven aan dat deze veldnamen, toponiemen een belangrijke rol kunnen spelen in het maken van een landschapsbiografie.

Sportterrainen fan Ouwe-Syl 1909-2019 SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL In ’t jubileumboek fan de kaatsklup de Kolk (2009) skreef ik over ’t gebied achter `t kefee ’t Graauwe Paard, de Kolk. Froeger waar dut ’n diep water der’t seeskippen ôfmere konnen. Op ’t Sportterrain fan Ouwe-Syl, “de Kolk” worde kaatst fan 1909 ant 1959 en het feerder ok ’n rike geskidenis. Deuze begint bij de seegeul, de Ouwe Rijd, die’t ’t eerst te sien is op ‘n kaartrekonstruksy fan 1250  (Peter Vos). Dut waar dus feer foor 1505 doe’t  de seumerdyk, Monnikendijk ferhoogd worde en de naam Ouwe-Dyk kreeg.  Jim kinne in de dorpskanons “Bedrivighyd op ‘e Syl 1 en 2 leze hoe’t Ouwe-Syl hur ontwikkeld het, deur de eeuwen hine. Afb. 1 Binnen de swarte rechthoek, ’t latere sportfeld (groen) fan Kv. De Kolk,        binnen de “Kolk” (geel). Meander Oude Rijd (donkerblau) en kanaal Kaaifaart (Lichtblau)  Afb. 2 Detai fan ’t froegere sportterrain projekteerd in de sitewasy fan nou(Google Earth) Na ’t wegfâlen fan de open ferbining fia de Kaaifaart naar de Waddensee in 1655 worde de haven dimpt en as graide inricht en brúkt. In weze worde doe de basis laid foor ’t sportterrain “de Kolk”  Afb. 3 ’t Latere sportterrain nag part fan perseel B331 (17310 are) met de weuning fan Cornelis Jacobs Stienstra. Linksonder in dut perseel met kadastraal nummer B332 In de annalen fan ’t kadaster fan 1832 komme wy ene Cornelis Jacobs Stienstra teugen as “Vetweider en Quardenier” die’t der bij “de Kolk weunt en de graide in besit het. In 1926 is ’t in syn geheel in aigendom bij de Gemeente ’t Bildt en worde ’t doe al in 1920 (raadsbeslút 13 april 1920) as poer geskikt foor útbraiding beboude kom sien. Al gau derna worre in ’n útbraidingsplan foor de kom fan ouwe-Syl, perselen anwezen met bestimming tot bouterrain. De eerste 7 húzzen worre der al in 1927 boud .  In 1909 wort de kaatsferening kv. De Kolk oprichten en d’r wort dan kaatst op dut prachtige smúkke groene plakky wer’t ’t hart fan ‘e Syl klopte. Want de Sylstermet wort der later ok houwen en de handbâlklup SGK krijt der hur thúshaven in 1947. Erelid Oege Dijkstra skriift in 1984 nag: “Toen we dan ook in 1909 de beschikking kregen over de Kolk, was het eerste werk het vullen van de greppels met klei” Al gau worde “de Conditien fan de ferhuring van het kaatsterrein groot ongefeer 0,5 ha. opsteld. Derin ston befoorbeeld: “Alle soorten vee mogen erop, behalve geiten en varkens. Kwaadaardig vee moet op eerste aanwijzing van het bestuur worden verwijderd.. Zaterdagmiddag moet het terrein van de uitwerpselen der dieren worden gereinigd.” Afb. 4 Elk jaar worde per opbod ’t feld ferpachten Afb. 5   De Kolk 1952 Afb. 6 Kaatspertij 1930 op ‘e Kolk, rechts foorin Teije vd Rol. In ‘e gemeenteraad op 13 febrewary 1958 wort ’n beslút nommen , wat ’t begin fan ’t eand fan ’t sportfeld “de Kolk “ worre sil. De graide, Sectie nummer B986 de kolk Oudebildtzijl wort niet feerder ferhuurd en de gemeente kin ‘r  “te alle tijde over beschikken en zonder recht op schadevergoeding of iets dergelijks, voor een periode tot uiterlijk 1 november 1958”  Op 6 oktober 1958  dient ere-lid Kees Wijmenga fan de kv de Kolk ’t fersoek in bij BenW fan de gemeente ’t Bildt “om uitgifte als bouwterrein van een gedeelte van het sportterrein op “De Kolk” te Oudebildtzijl.” Kees Wijmenga waar de hait fan Jacoba – Sus – Wijmenga, één fan de pioniers fan ’t frôlys-kaatsen. Sij kaatste fan 1956-1961. Ik hew hur met 1 folle bladsy wiidwaidig anhaald in ’t jubeleumboek kv de kolk 100 jaar, 2009. Bls. 59. D’r wort besloaten, “de raad voorstellen te besluiten tot uitgifte als bouwterrein van het gehele perceel.”  16 oktober Beslút de raad “perceelsgedeelten op ’t Bildt te verkopen , hetzij in opstal uit te geven met recht van koop….”  Priis: f 5,50 de kante meter. Dut wort krekt op 17 nov. 1958 behandeld deur BenW. Later op 25 november wort dut beslút nag anfuld met huurprizen en tekenings fan “het terrein op “de Kolk” 20 oktober Kaats -en handbalfereniging te Oudebildtzijl sture ’t bestuur an BenW ’n schrijven over de voorgenomen bestemming tot bouwterrein van het tegenwoordige sportterrein “De Kolk” aldaar., Beslissing (BenW agenda):  27 oktober 1958: Bespreken met de besturen. 31 oktober Brândbrief Handbal – en kaatsferening de Kolk: “… gyn beswaar teugen bouwen op sportterrain, maar in koopkontrakt tussen Roel Wijmenga en gemeente bepaling opnommen dat ‘r niet eerder boud worre mâg, at ‘r ’n ander sportfeld anwezig is…..” 3 novimber  Deuze brief as Inkommen stik BenW behandeld:  Adres aan den raad , aanhouden. 15 novimber 1958 Advies Bouwanfraag deur Friese Schoonheidscommissie  Advies aangaande bouwanvraag (indiend 6 oktober 1958) van C. Wijmenga ingekomen bij benW: 17 nov. 1958  Geen bezwaren. Behandeld in de vergadering van BenW 9 maart 1959. No 6.  17 novimber Antwoord van BenW op brief ferenings 31101958 Terrainen binne kocht bij raadsbeslút 13 april 1920. Poer geskikt foor útbraiding beboude kom. Later uitbreidingsplan foor de kom fan ouwe-Syl, perselen anwezen met bestimming tot bouterrain. ’t Feld wort as te klain beoordeeld foor búttensporten. Korfbalklup mot al naar de Iisbaan. Ernstige pogingen door BenW om groter sportterrein aan te leggen. Partikuliere weuningbou mot beforderd worre. Wort besproken in de raad fan 25 nov. 1958, agendapunt no. 13. 25 novimber gemeenteraad. ’t Beslút fan 16 oktober 1958 no. 8/337 wort wizigd en in beslút  No. 13/350 fastlaid. Derin wort de foorwaarde steld, .. “dat door Burgemeester en wethouders aan dit besluit geen uitvoering wordt gegeven, zolang niet zekerheid bestaat omtrent de mogelijkheid van aankoop en inrichting van een ander sportterrein ter plaatse,..” An deuze foorwaarde is later niet foldeen, de sporters hewwe nag 2 jaar (1959 en 1960) op ‘e iisbaan “omgriemd”, foordat se ’t nije sportterrain brúkke konnen.  3 dec. 1958  Brief direkteur gemeente-werken., bouwterrein Oude-Bildtzijl Belang bou partikuliere weunings,.. 22 desimber Ingekomen bij Gemeentewerken,Anfraag boufergunning K. Wijmenga Datum 20 december 1958 23 desimber Gemeenteraad  No 8. Aankoop van een perceel grond te Oude Bildtzijl, met bestemming tot sportterrein.  Netullen Kv de Kolk van jaarferslag op 4 april 1959 ….”bespreken kaatsterrein waar nogal wat over gepraat werd” deurhaald is: “tenslotte zijn we op de ijsbaan…” .. maar konden er niet uitkomen en dat door het bestuur zou worden onderzocht. Jaarverslag Kv de Kolk 1959 bls 1: “De eerste partij is gehouden op 30 mei voor jongens 14-16 jaar op de ijsbaan” en feerderop: “En zo kwam de kermis partij in zicht het kaatsterrein eerst weer wat in orde gebracht maar de zweef en kramen mankeerden er aan wat wel wat stil was maar crescendo verzorgden de nummers weer uitstekend ,…” Afb. 7. Netullenboek kv de Kolk1950-1963. Hotze Schuil worde hier doe keuning 3 weken later op 25 july en kon de wisselbeker , de Sylster beker foor ’n jaar naar huus metnimme. Afb.8 1960   Foor ’t best opslager Gerrit Okkinga op ’t noadfeld nou ds                                      Mooijstraat.   1961 Afb. 9 29 july 1961 ’t groatkaatsen op ‘t nij sportterrain. Bls. 131 jub. Boek. Afb. 10. Nije sportfeld 1966 bron: dorpsfilm 1966 Meester Klaas Bouma tussen enthousiaste supporters fan de Sylsters korfbâlers DTG (De Túke Gooiers) flnr, Johan de Jong, Hinne vd Meulen, Andries Blauw, Henk Anema, onder Johan vd zee, Piet de Jong, meester Bouma, Sytse Keizer en Anne de Groot. Afb. 11 Húzzen op de Kolk 1959-1964  Kad. nr Aigner Boujaar B1024 Kees Wijmenga 1959 B1025 Bauke Post 1959 B1062 Jacob Piers Ronda 1966 B1063 Klaas de Jong 1966 B1046 Vrij Evangelische Gemeente 1964 B1047 Kruizinga/ Lotterijhuus 1964 ’t Huus met kadastraal nummer B1047 is in 2017 wereldberoemd worren as ’t lotterijhuus, dat deur de jubilerende foetbâlklup vv Ouwe-Syl ferlot is foor ’t goeie doel: `t fernijen fan ’t sportfeld op ‘e Syl. Dut huus is op 11 novimber 2017 ferlot, nadat alle 7908 lotten ferkocht waren. Afb. 12 De húzzen an de Kolk, links waar froeger ’t sportfeld. Afb. 13 Kronyk fan sportterrainen Ouwe-Syl, 2019

Bedrijvigheid om ‘e Syl (1) Tichelwerk van ca. 1300 na Chr. SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Omstreeks 1100 na Chr. wilde men volgens een godsdienstig Reveil de regel van Benedictus van functionalisme meer in praktijk brengen. Kloosterordes zouden ook meer de natuur moeten ontginnen. Zo werden de eerste kerken en kloosters overal in Europa in de 12de eeuw in de buurt van kustwater en rivieren  neergezet. (bijvoorbeeld Zwin, IJzer en Middelzee). De Norbertijner monniken vestigden zich hier rondom de al verder opgebilde Middelzeein 1163 bij Hallum (klooster Mariëngaarde) en 1182 (later klooster Lidlum in 1254).In 1256 kwamen de monniken van de orde van Augustijner Koorheren in Anjum (kloosterMariënburg).De plek van de abdij Mariëngaarde bij Hallum is heel zorgvuldig gekozen (zie afbeelding 1).- Veilig achter twee (verhoogde) kwelderwallen (Alde Leie, Vijfhuisterdijk, 12de eeuw enFinkum-Hallumerhoek, 10de eeuw).- Dicht bij de belangrijke levensader, de rivier de Ouwe Rijdt (van 800 na Chr.)- De aanwezigheid van de verlaten oude motte (houten vesting, eind 10de eeuw) ten westenvan nu Vrouwbuurtstermolen. Toen nog een grote, hoge bult klei maar uitermate geschiktals grondstof voor de kloostermoppen, de bouwstenen voor de huizen, stinzen, kerken enabdijen.- Schelpen in grote hoeveelheid voorhanden op de Wadden, als grondstof voor de kalk.- De mogelijkheid voor het bouwen van steen- en kalkovens ten noorden van de motte, aanweerszijden van de Ouwe Rijdt.- De potentie van het bouwen van de strategische nederzetting de Leije, Nije-Syl, nu Ouwe-Syl, op de kruising Ouwe Rijdt/zomerdijk en Monnikendijk en gebruik maken van alaanwezige geulen.- Tenslotte groef men de nodige extra vaarwegen, verbindingen, zoals bijvoorbeeld de verbindingtussen de abdij Mariëngaarde en het Tichelwerk en kalkovens.ToponiemenIn dit geval zetten vooral de toponiemen (veldnamen) ons op het goede spoor in deze zoektochtnaar bedrijvigheid van de monniken in het verre verleden. Deze zijn in afbeelding 2aangegeven.In Fryslân is al vanaf de 12de eeuw steen gebakken. Vooral na de grondige reparatie van dezomerdijk, Monnickedijck in 1287, is ook bij de Syl een uitgebreide, grof keramische bedrijvigheidopgebloeid en eeuwen gebleven. |Er was dus klei en geschikte brandstof in de vorm van turf en ook voldoende waterwegenvoor het transport van grondstoffen en geproduceerde stenen, dakpannen, kalk en andereproducten.De haven en (schut)kolk van de Syl heeft hierbij ook een belangrijke rol gespeeld.Afbeelding 2, detail Tichelwerk, Roadpâd, ca. 1300 na Chr., nu W. P. Bierma. Met de toponiemenTichelwerk voor het hof, Perceel 19; Tichelwerk perceel 20 naast hof Tichelwerk,perceel 21 en Tichelwerk 1 en 2, perceel 31 en 32Bron: Toponiemen A.P. van Dijk, gebied 1180, Sytse Keizer 2022,2023, Billând, hoofdstuk12.De volgende keer over mijn ontdekking van de locatie van de kalkovens. Tekst: Sytse Keizer, regiohistorikus `t Bildt, Billând

Bedrijvigheid Ouwe-Syl (2) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL KalkovensIn 2005 ontdekten Douwe Zwart en ik de ‘kalckovont’ op de bekende kaart fan Jan Jansz. Coster, 1571, zie afbeelding 1. Deze kaart laat de situatie zien na de Allerheiligenvloed van 1570. Met de applicatie Google Earth vond ik twee grote, ronde contouren op diezelfde plek ten zuidoosten van Ouwe-Syl. Dit moesten de zogenaamde Crop Marks zijn van twee grote kalkovens! Deze sporen worden bij grassoorten zichtbaar, zie afbeeldingen 2 en 3. De ondergrond bepaalt, wat er via het gewas van bovenaf te zien is. Gemiddelde diepte van de grond geeft gemiddelde groei van het gewas, diepere grond geeft hogere groei. Maar daarwaar slechte grond, begraven stenen van bijvoorbeeld fundamenten zijn, zal het gewas ook minder goed groeien en dat is van bovenaf te zien. In dit geval twee grote cirkels, elk met ’n diameter van 40 meter! Deze moesten wel de zo nog zichtbare locaties van de rokende kalkovens op de genoemde kaart van Jan Jansz. Coster zijn.SchelpenkalkDe abtenkronieken (Sibrandus Leo) van de Friese premonstratenzerkloosters Lidlum en Mariëngaarde boden ook uitkomst. Hierin is in te lezen, dat de 25ste abt Tako Aebinga (abt van 1485-1506) en de 26ste abt Paulus Boeckholt (1506-1533) in hun tijd als abt vooral ook druk bezig waren met het herstellen van de verwaarloosde gebouwen als de grote kerk, de toren en het dak van de abdij van Mariëngaarde. De abdij van Mariëngaarde was al in 1163 gesticht. Al ver vóór 1500 werden schelpen als grondstof gebruikt voor kalk. Deze schelpen werden tot 1000 graden verhit en het splitst zich dan in Calciumoxide (CaO) en koolzuurgas (CO2). De Calciumoxide valt uitelkaar tot poeder (ongebluste kalk).Na het blussen met water kan het als bindmiddel worden gebruikt in mortelspecie, samen met zand en eventueel aangevuld met gruis van baksteen.Al sinds de 12de eeuw werd eigen baksteen gebruiktvoor het maken, repareren en uitbreiden van kloostergebouwen.Ze werden gemetseld met deze specie. De grote gewelven en muren werden bepleisterd met stucwerk, ook met kalk gemaakt.De schelpen waren in grote hoeveelheden voorhanden in het waddengebied. Verder was er ook genoeg turf in de omgeving om de schelpen te branden. De schelpenvissers voeren via (later) Nije-Syl naar de kalkovens. Ze storttendaar hun lading (vooral kokkels) op grote hopen op de oostoever van de Ouwe Rijdt, tegenover het Tichelwerk (zie eerdere Bildtse Tijden).De ongebluste kalk werd met kleinere scheepjes naar de haven van de abdij vervoerd. Gelukkig heeft onze schoolmeester Jan Jansz. Coster toen die kalkovens ook maar even ingetekend. De kalkovens stonden er dus in 1571 in elk geval nog! De abdij is verwoest in 1578.Hiermee eindigt de serie 'De Bedrijvigheid om ‘e Syl. Bron: Sytse Keizer 2022,2023, Billând, hoofdstuk 12

Sylster Siel Ds. Schuilingstraat 1,  SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL ’n Multifunctioneel gebouw: Woning, Bakker, Grutterij, winkel , onbewoonbaar verklaard, garage, berging en postkantoor.                      Bewonings- en eigendomsgeschiedenis van het pand De eerste officieel geregistreerde bewoner van het pand aan de ds. Schuilingstraat 1 was Arjen Cornelis Kooy, werkman, geboren op 25 september 1775. Gedurende de periode tot 1832 woonden er uitsluitend werkmannen in het pand. De bakker Jan Hendrik de With wordt genoemd als eerste eigenaar.Eigendomswisselingen en bewoners in de 19e eeuwIn 1855 werd het eigendom overgedragen aan Jan Tjeerd Polstra, een landbouwer uit Hantumer Uitburen. Daarna woonde het gezin Van der Kolk de Groot in het pand. Opmerkelijk is dat drie leden van dit gezin tussen 1862 en 1869 naar Noord-Amerika zijn vertrokken.Versmelting en verdere ontwikkelingenIn 1875 werd Gouke Jilts Meester, grutter, eigenaar van het pand. Dan wordt het samengevoegd tot kadasternummer C810, bestaande uit huis, erf en grutterij. Tussen 1876 en 1905 verbleven Jacob Ritskes Stap en zijn gezin in het huis. Vanaf 1905 namen Gouke Jilts Meester en Janke Feijes Stienstra het eigenaarschap en de winkelierstaak op zich.Verdere eigendomswisselingen in de 20e eeuwHet eigendom van de voorste delen (C1277) ging in 1911 over op Jelle Pieters van Dijk, gardenier. In 1925 werden Sjoukje de Jong en Sijbe Arjen Wiersma de nieuwe eigenaren. Hierna verscheen de familie Broekens-Tjepkema op de bewonerskaart; Johannes Fedzes Broekens trad later op als eigenaar en timmerman.Wiebe de Vries (1956) en Jeltje Wijnia (1959) kwamen er vervolgens wonen tot respectievelijk 1959 en 1964. In 1964 verkocht Fetze Broekens, eveneens timmerman, de panden aan timmerman Pieter van Slooten.Functieverandering en statuswijzigingenIn 1965 werd het achterste deel van het pand onbewoonbaar verklaard. De functie van het achterste deel werd aangepast naar pakhuis, berging, winkel en garage. In 1983 werd de status van onbewoonbaar opgeheven, omdat het pand zijn woonfunctie inmiddels had verloren en een andere bestemming had gekregen. Later heeft het pand nog als postkantoor gefungeerd, inmiddels is het onderdeel van de woning aan de Keuningsstreek 4. Sytse Keizer, Ouwe-Syl okt. 2025,    

SYTSE KEIZER, OUWE-SYL Sylster Siel Ds. Schuilingstraat 2 en 4   SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Van herberg naar cultureel centrum.   Inleiding   Vanaf 2016 heb ik de ziel van de straatzijde: ds. Schuilingstraat-even huisnummers blootgelegd. Dit resulteerde in een expositie in de Aerden Plaats-Oudebildtzijl in het kader van Culturele Hoofdstad Leeuwarden in 2018. In dit artikel een kort overzicht van het eerste adres aan de Ds. Schuilingstraat.   Ds. Schuilingstraat 2   Het pand aan de Ds. Schuilingstraat 2 heeft een geschiedenis die begint in 1639. In dat jaar diende het gebouw al als herberg, uitgebaat door Jacob Joanes. In 1664 verkocht deze herbergier het pand. Bij de verkoop werd het pand aangeduid als “daar de Klok uithangt”, een verwijzing naar de latere naam. In 1675 werd het pand gekocht door Jan Tierxc Kuijcken voor 735 Carolus Guldens. Zijn kinderen verkochten het pand in 1722 voor 1553 Carolus Guldens aan Krelis Annes, een bekende timmerman die tijdens de kerstvloed van 1717 een ramp op ‘t Bildt wist te voorkomen. Tot circa 1750 werd de herberg uitgebaat door Anne Cornelis, de zoon van Krelis Annes. Bij de aankoop in 1722 werd er voor het eerst een naam aan de herberg verbonden. In 1750 stond het etablissement bekend als “De Witte Klok”. Later verdween het woord “Witte” uit de naam en stond de herberg tot 1915 bekend als “De Klok”.    Architectonische Ontwikkeling van Ds. Schuilingstraat 2 en 4 De panden op de nummers 2 en 4 aan de Ds. Schuilingstraat zijn oorspronkelijk als afzonderlijke gebouwen neergezet. Rond 1700 kregen de panden echter waarschijnlijk een gezamenlijk dak, waardoor de steeg tussen beide panden werd omgevormd tot een overdekte doorreed. (Afbeelding 1) In het jaar 1917 wordt het gebouw in tweeën verdeeld. Beide delen kregen een woonfunctie.  Gedurende het jaar 1933 werd de onderste verdieping van het hoekpand nr 2 ingericht tot slagerswinkel. De bovenverdieping bleef nog voor wonen bestemd. In 1966 verviel het woongedeelte en werd het pand op de hoek (nr 2) volledig winkel. Bekende winkeliers uit die tijd zijn: Loepke en Sjoerd Radsma, Nanne de Vries, Simon van der Wal. De winkel op de hoek werd in 1985 vanuit de slagerij van Pier Sipma toegankelijk gemaakt. Tenslotte werd de twee panden op de nrs 2 en 4 weer samengebracht en werd de ouwe deurreed in ere hersteld in 1998 tijdens de verbouwing voor het cultuurcentrum ’t BKI-Bildts Kultuurtoeristys Informasysintrum. ( Afbeelding 2.) Dit centrum draagt inmiddels de naam 'Aerden Plaats'       Bronnen: HPP (Historische Percelen Projecten)                         Project ‘Sylster Siel’   Voor meer informatie: www.sytsekeizer.nl, Sytse.keizer@gmail.com                        

Sylster Siel Ds. Schuilingstraat 6 SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Van Vermaanhuis tot Julianatoren Al in 1636 bevond zich in Oudebildtzijl een zogenaamd ‘Vermaanhuis’ de kerk van de Doopsgezinden, ook wel Menisten genoemd. Deze geloofsgemeenschap werd aanvankelijk slechts oogluikend toegelaten en kreeg pas in 1672 het recht om haar  geloof vrij uit te oefenen. Oorspronkelijk waren er twee Doopsgezinde gemeenten op het Bildt. In 1806 besloot de gemeente uit St. Annaparochie zichzelf op te heffen en zich aan te sluiten bij die van Oudebildtzijl. Op 21 december van dat jaar werd de nieuwe vermaning met bijbehorende pastorie officieel in gebruik genomen. (afbeelding 1). Architectuur en Monumentale Waarde De Doopsgezinde vermaning in Oudebildtzijl is een monument van oudheidkundige waarde. In 1909 volgde een uitbreiding met een voorliggende pastorie en de karakteristieke houten Julianatoren, die wordt bekroond door een ingesnoerde naaldspits. (afbeelding 2). De vermaning zelf is opgetrokken uit baksteen en heeft een pannen gedekt driezijdig schilddak. Het gebouw is voorzien van rondboogvensters met houten tracering, en een venster bevat snijwerk in empirestijl. Het interieur wordt gesierd door een loshangend houten tongewelf en bevat onder andere een gepaneelde houten scheidingswand met gecanneleerde pilasters en Ionische kapitelen, een (deels oorspronkelijk) preekstoel met rug- en klankbord in empirestijl, een eenvoudig orgel uit 1896 op de galerij, twee koperen kroonluchters en enkele sobere kerkbanken, waarvan twee overhuifd en eveneens voorzien van empire-details. De Doopsgezinde vermaning en de Julianatoren vormen samen een harmonieus geheel en zijn van grote architectonische en historische betekenis. Het gebouw heeft sinds 1997 geen kerkfunctie meer. De Julianatoren en de Klok Na de geboorte van prinses Juliana in 1909 werd overal in het land de vreugde tot uiting gebracht, ook in Oudebildtzijl waar de klokken luidden. Dit leidde tot het scheuren van het klokje op de bewaarschool, (nu ‘de Jonge Syl’) Dankzij Koninklijke steun kon een nieuwe klok worden aangeschaft en werd in de toren van de Doopsgezinde kerk gehangen. Sindsdien draagt de toren de naam ‘Julianatoren’. De oorspronkelijke klok werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter geroofd. Na de oorlog werd een nieuwe klok geschonken door Hare Majesteit de Koningin. Ten heden dage is ook de Juliantoren onderdeel van het cultureel bezoekerscentrum de Aerden Plaats en vinden er regelmatig concerten in het kerkje plaats. ‘Zou dominee Roelof Schuiling de moderne geluiden gewaardeerd hebben?!’ Een mooie plek voor je ogen en voor je oren. Hou maar zo!’ (bron:  Alan Laws,  Facebookpagina Ds.Schuilingstraat: ons verleden, ons heden)

Boerderijen op ’t Bildt (2)  SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Gebouwen, boerderijen vanuit en voor het landschapVorig jaar, 24 juli 2024 schreef ik hier in de Bildt.nu mijn eerste artikel over dit onderwerp. Ik pak de draad nu weer op over de ontwikkeling van de boerderijen op Billând en ’t Bildt over 1000 na Chr. tot nu. Gedurende ongeveer 500 jaar (58 v Chr.- 5e eeuw) was West-Europa een deel van het Romeinse Rijk. Ik heb nog sporen van de Romeinen op ’t Bildt teruggevonden. In de 5e eeuw kregen de Franken steeds meer invloed in West-Europa en na 734 na Chr. ook op ’t Billând en omgeving toen ze de Friezen versloegen op de Burdine bij Akkrum. Al in die 8e eeuw kon de lokale adel steeds meer zelfstandiger opereren. Zij legden hier toen in de 8e en 9e eeuw woonterpen aan verspreid over de oeverwallen van de Burdine, rivier de Ried, natuurlijke kwelderwallen en zomerdijk Ouwe-Dyk langs de noordkant van Billând. (afbeelding 2.) Hier werden woningen, boerderijen en burchten op gebouwd. Burchten in de vorm van Ringwalburchten, verdedigbare stinsen en uithoven dienden als woning/boerderij, als militaire vesting, maar ook als bestuurlijk centrum. De ringwalburcht ten Zuidoosten van St.-Annaparochie moest bescherming geven bij onraad (Vikingen) In de 10e  eeuw woedden er oorlogen tussen de adellijke families en zij vroegen de geestelijken om hulp om de leefomgeving verder in cultuur te brengen. In de 11e en 13e eeuw kregen de territoria vaste vorm als autonome sociaal-politieke structuren. De burchten werden ook de basis voor het verder ontginnen van hun territorium door bv. de aanleg en ophogen van zomerdijken (eind 9e eeuw-1500) , graven van kanalen, nieuwe waterwegen. De Burdine werd rond 1200 afgedamd. In Afbeelding 1: Winkelhaakboerderij de Bontemantel ten westen van St.-Annaparochie, ca. 1000 jaar eerder ’n woonterp met woningen en boerderij op de oeverwal van de Burdine., rechtsboven het gebouw in 1571, ook met de woning met trapgevel haaks op de schuur.                                 

Billând SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Tussen 1500 voor Chr. en 1505 na het begin van de jaartelling ontstond Billând  in het getijdebekken van de Boorne. Jarenlang onderzoek maakte duidelijk hoe in deze periode de bewoners omgingen met de natuurlijke omstandigheden. In Noord Nederland zijn drie afzonderlijke pleistocene getijdenbekken onderscheiden: het Boornebekken, het Hunzebekken en het Fivelbekken. Het gebied van de regio ‘t Bildt vindt zijn oorsprong in 1505 na Chr. wanneer de bestaande defensieve zomerdijk,de Monnikendijk wordt opgehoogd tot een meer robuuste offensieve zeewering en vanaf dat moment de naam Oudebildtdijk zal dragen. Het landschap, wat daarvoor vanaf 1500 voor Chr. is ontwikkeld heeft van mij de naam Billând gekregen. De aanwezigheid van veen bepaalt grotendeels het cultuurlandschap van Noord-Nederland, . Het veen was niet meer aanwezig tijdens het ontstaan van Billând, maar de ontginning van veen landinwaarts heeft wel invloed gehad op de ontwikkeling van het landschap. Het getijdebekken van de Boorne is gevormd door dit natuurlijk mechanisme vanaf zee. Boeren vestigden zich op de oeverwallen van de Boorne en beschermden het gebied tegen de zee met de aanleg van zomerdijken, ook op bestaande kwelderwallen.   Geen grootschalige veenontginningen met langdurige bodemdaling en komberging. De gevolgen van de veenontginningen ver buiten Billând, landinwaarts waren uitsluitend kort merkbaar tussen 200 en 450 na Chr. toen de Middelsee zich voor de eerste keer manifesteerde door wateroverlast vanuit de landinwaartse veenontginningen .       De Middelsee liet zich ook tussen 838 en 920 na Chr. gedurende langere tijd zien.  De Middelsee was verder alleen een korte tijd aanwezig na een forse dijkdoorbraak.  De naam Burdine en Boorne worden gehanteerd. Beide hebben ze dezelfde betekenis van ‘insnijding’.  De basis van Billând en ‘t Bildt is gevormd door het verder opbillen van het land op de al aanwezige holocene zandlaag.  De aldus gevormde woon- en werklagen ‘volgen’ als het ware de schommelingen van de transgressie – en regressielijn van de zee, de brenger van het nieuwe land.  Zie verder de uitgebreide versie of mijn boek vanaf 19 november as.                                                                                                      

Cartografie van 't Bildt (1) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Ik zal u vertellen, hoe ‘t Bildt in kaart gebracht is oftewel over de Cartografie van ‘t Bildt.  Ik heb een overzicht gemaakt van kaarten, waarop ‘t Billând en ‘t Bildt zijn afgebeeld. Hierbij zijn ook een aantal, waarbij zij onderdeel van een groter geheel er omheen, o.a. van Fryslân. Tot op dit moment heb ik zo’n 100 kaarten weten te vinden.  De oudste kaart van ‘t Bildt: Bill Wegen (afbeelding. 1)  ca. 1504 De oudste kaart van het Bildt wordt toegeschreven aan een generaal van Hertog George van Saksen, Vitus von Drachsdorff. die door hem op de achterkant van de kaart “Abriss Stadt Groning” was geschetst. De precieze datering is nog niet bekend. De kaart is niet uitsluitend een ontwerp maar een weergave van de werkelijke situatie op het moment van het maken ervan, als je rekening houdt met mijn bevindingen. Bijvoorbeeld de Oudebildtdijk was geen afsluitdijk, maar eerst een 'n kwelderwal/zomerdijk en de Middelweg was ook een zomerdijk. Beide zijn hier als de twee bovenste horizontale lijnen duidelijk ingetekend. Ook is de al aanwezige waterweg: Holle Rijd (restant Sitkens Rijdt) en Blikfaart duidelijk te zien. Kijk nu naar de bijgevoegde afbeelding, mijn bewerking, vertaling van de eerste kaart naar de toestand, afmetingen en verhoudingen van nu anno 2022. (incl. de ook door Drachsdorff beschreven dorpen.) De latere Klaine Blikfaart , was dus toen nog verbonden met de Holle Rijd en de rest van deze waterweg is verder doorgetrokken richting Stiens. De andere gebogen lijn is fout getrokken, gezien de dubbele dwarslijntjes hierop. De 7 wegen van Noord naar Zuid, van links naar rechts zijn: Westerdyk, Holle Rijd, Súdderdyk/kadal, Kouwe Weg, Noorderdyk, Súdderweg, Langhústerweg en Attesweg. Deze waren toen waarschijnlijk nog geen brede, meer verharde wegen en zijn toen wel ingetekend. Met het tekenen van deze wegen van Noord-Zuid, is er automatisch de basis gelegd van de verkaveling van 't Oud-Bildt in 8 hoofdstroken, van Dijkshoek tot de Oostrand van Oud Monniken Bildt. Deze zijn ook terug te zien op de gekleurde kaart van Schotanus (afbeelding 2) en op 't BildtGIS.Ik kom hier nog op terug in het venster over de verkaveling van het Bildt.

Cartografie van 't Bildt (3) Mooie palen beschermen `t Bildt SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Op een plakkaat van 9 november 1546 werd al verkondigd: Jagen op ‘t Bildt was aan iedereen verboden: Dat was een vorstelijk recht, gereserveerd voor den Keizer of zijn vertegenwoordiger, den Stadhouder. Jaren later in 1579 kwam ‘t Bildt onder het gezag van de provincie Fryslân en kwam ook het jachtrecht naar de Staten. Toen werd er ook al gestroopt en moest een ordonnantie op de Jagt (16 mei 1591) dit voorkomen. Stadhouder Graaf Willem Lodewijk (Us Heit) en “zij die verlof kregen” mochten alleen op wild jagen. Op 15 maart 1650 werd ook besloten, dat op de grenzen van ‘t Bildt 9 palen zouden worden geplaatst, “die alzoo de grenzen van Stadhouderlijk jachtterrein zouden aangeven. Deze “limytpalen” stonden op die plaatsen waar toen “een weg uit het Bildt de omliggende Groene – en Hoogedijk bereikte” (zie gele ballonnetjes in de afbeelding hierboven) Het waren „Mooie palen", n.l. keurig geverfd en met het wapen van, Nassau voorzien, met het opschrift: „Stadhouders Vrije Jagt". De 18e Jan. 1651 werd ordonnantie geslagen op Pieter Michels, mr. schilder binnen Leeuwarden “wegens het schilderen van 9 Limijtpalen van Sijn Excellentie Jacht opter Bildt, en goudt daertoe gebruyckt". Op de kaart van D. Bern/Schotanus a Steringa van 1718 zijn er 11 palen afgebeeld (rode ballonnetjes) en aangegeven met de tekst: “Erf-Stadhouders Vrije Jagt Paal.”   Uit de annalen is bekend, dat de palen regelmatig werden onderhouden tussen 1651 – 1793. Maar in 1795 werden ze in één keer verwijderd tijdens de Franse revolutie (zonder gele hesjes) samen met andere tekenen van uiterlijk vertoon van de heersende macht, zoals wapens en titels onder het credo Gelijkheid, Vrijheid en Broederschap. De palen werden ook gezien als „teekenen van eene verfoeyelijke dwingelandij". Inmiddels was er ook een jachthuis gebouwd, waarin de jachtopzieners woonden (1711-1801) De overgebleven ingebouwde meijerswoning daar is in 1801 tot boerderij verbouwd. Deze is inmiddels ook alweer verdwenen, alleen de overgebleven bomen, die eromheen stonden aan het laantje in ’t Bos geven met de nieuwe straatnaam “Stadfhoudersweg” nog een herinnering aan de jacht op ‘t Bildt. Op initiatief van Bildt-historicus Aldert Cuperus besloot de gemeenteraad van het Bildt op 7e december 2017, dat er 10 extra mooie palen op door hen aangewezen plaatsen moesten worden geslagen voor het beschermen van ’t Bildt. (op Mooie paal stond er al eentje, dus totaal 11). Zie verder het BILDTGIS - kartografy 't Bildt via de site www.sytsekeizer.nl en de uitgebreide versie hieronder. Sytse Keizer

Strijd tegen het water (2) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Verloren Billând “Tot 1540 verhuurde de Graaf van Buren het Nij Bildt ”te zijnen proffijte” , na zijn dood in 1540 werd het verhuurd.”  (Bildtrekeningen) In juni 1545 was een der Heren van de Rekenkamer van Holland op bevel van de landvoogdes Maria van Hongarije en van de Raad van Financiën, naar Friesland gereisd “omme te weten off ’t Buytenbilt dijckbaer is” dit te doen meten en opnieuw te verhuren. “ (Sannes I) Hiervoor werd de bekende landmeter en kaarttekenaar Jacob Heeres aangesteld om het Buytenbilt te meten. Op de kaart van 1545 is duidelijk de verkaveling en de zomerdijk (later Nieuwe Bildtdijk) te zien. Twee jaar later in 1547 zijn de oppervlakten van de 53 kavels al gemeten en in ieder geval tot 1638 nauwelijks veranderd, dus ook zelfs niet door de Allerheiligenvloed van 1570. Dit is af te leiden uit de Bildtrekeningen zijn:1547/48, 1554/55, 1566/67, 1574/75,1629/1630 en 1638. Hier was zoals ook bij de Oudebildtdijk al ver voor de definitieve verhoging van de Nieuwe Bildtdijk in 1600 het opgebilde en ook door de monniken ontgonnen land ingepolderd. In 1556 (Sannes I-blz. 72) werd er weer een poging gedaan een groot stuk Nieuw Bildtland op de zee te winnen. Ook hiervoor werd een kaart gemaakt, deze keer het ontwerp met een nieuwe dijk en een 43-tal kavels veel verder noordwaarts. Dit plan kwam niet tot uitvoering door onlusten, (o.a. de beeldenstorm van 1566) die uiteindelijk zouden leiden tot de tachtigjarige oorlog. Ik heb verloren grond van het Nieuw Bildt op mijn BildtGIS berekend door vergelijking van de toen in 1556 geplande hoeveelheid grond met de uiteindelijk beschermde gewonnen grond tot aan de Deltadijk nu. Ik kwam tot 1200 ha., gelijk aan 1304 morgen. (Zie afbeelding) Daarnaast is in de langere versie hieronder ook het verschil tussen die geplande grond in 1556 en de overgebleven grond na de Allerheiligenvloed 1570 bepaald. Ondertussen was men wel in 1542 begonnen met het aanleggen van “duyckelhoofden” , strandhoofden, die bescherming moesten bieden tegen aanslagen op de kust en om aanslibbing te bevorderen. Dat kun je vinden in het venster "Zestien strandhoofden redden 't Bildt" Sytse Keizer

Strijd tegen het water (3) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Zestien strandhoofden redden ’t Bildt in 1570 Twee jaar na het uitbreken van de tachtigjarige oorlog in 1570 viel de Allerheiligenvloed ’t Bildt aan. Strandhoofden hadden nog veel nieuwe aanwas van grond weten te behouden. Kaart Jan Jansz Coster 1571Dit wordt duidelijk geïllustreerd door de kaart die Jan Jansz Coster na deze stormvloed  maakte.  Daarop vechten de Geuzen in bootjes langs de kust tegen de Spanjaarden en staan de 16 strandhoofden van West naar Oost afgebeeld. In 1638 is het 17e strandhoofd bij Nije-Syl aangelegd in zee. Zestien strandhoofden Al in 1542 was men begonnen met de aanleg van de strandhoofden. De techniek voor de aanleg  stamde uit  het Zeeuwse Yerseke,. Ook toen, meer dan 300 jaar na het definitief sluiten van het estuarium van de Middelsee in 1200 (Billând, 2022), werd er nog bij vloed slibrijk water aangevoerd aan de kust van ’t Bildt. De basis voor het aanslibben, opbillen van de kust hier, was dat het water zo lang mogelijk rustig is, zodat het slib kan bezinken en dat bij eb het water zonder hoge stroomsnelheden weer uit kan stromen, dus zonder het zojuist bezonken slib weer op te woelen. Het is dus van belang een gebied te maken met alleen in- en uitstromend water, en geen doorgaande getijstroom, en het gebied zoveel mogelijk te beschermen tegen inkomende golven die extra opwoeling geven. Dit kan door het bouwen van dwarsdammen langs de kust, die steeds werden verlengd richting zee. Zo is al in de 16e eeuw een primitieve aanzet gegeven met deze zestien strandhoofden. Stevige zandrug De samengestelde bodemkaart onderin afb.1 laat duidelijk de verdeling van de verschillende afzettingen zien tussen de paarsgekleurde strandhoofden. De gronden met de meeste klei (groen) liggen verder landinwaarts. De zwaardere  zandkorreltjes bezinken namelijk sneller.  Samen met andere metingen is de oorspronkelijke locatie, van de strandhoofden te reconstrueren. Door de strandhoofden kon er namelijk een meer stevige zandrug (rood/geel) ontstaan langs de uiterste rand hiervan. Die ligt daar nog steeds, vermengd met klei, waarop veel boerderijen zijn gevestigd. Dit vanwege de gunstige ligging op zo’n stevig fundament. In elk geval hebben de strandhoofden een belangrijke rol gespeeld voor de verdediging tegen de zee tijdens de Allerheiligenvloed en andere stormvloeden tot de Pôldyk daar werd aangelegd en verhoogd Bij zo’n stormvloed is het water hoger en treed afslag op van de zandrug. Zo beschermt hij zichzelf, want door het afslagproces wordt het voorland ondieper en neemt de golfaanval op de kust af. Twee andere functies strandhoofden  Aan de Westkant van Zwarte Haan hebben de langere strandhoofden meer gefungeerd als golfbreker, terwijl aan de Oostkant de hogere zandrug genoeg weerstand bood daar tegen het gevaar van afslag. De zandrug is hoofdwaarschijnlijk wel een goede basis geweest voor de latere aanleg van de (rijzen-) dammetjes zeewaarts, haaks op de kust. Alleen het meest westelijke strandhoofd, het Statenhoofd, ligt daar nog steeds voor de kust als een trouwe herinnering aan deze tijd. Met dank aan Prof. Henk Jan Verhagen, TU Delft,  en Leendert Ferwerda.

Veldnamen op 't Bildt (1) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Bij het maken van een landschapsbiografie kan de toponymie ofwel de bestudering van veldnamen een belangrijk onderdeel zijn. Vorige bewoners van ’t Bildt, ook van Billând, hebben boereplaatsen, wateren en velden een naam gegeven en nooit zonder reden. Ik ga hier in op het belang van deze veldnamen bij een onderzoek.Ouwe-SylDe namen kunnen een verschillende oorsprong hebben. Een eigennaam, als in Attesweg, een gebeurtenis (de Krimoorlog) of de eigenschappen of het gebruik van een locatie, met als voorbeelden Walburg, Valbrug of Voorste en Achterste balkje.In mijn publicaties heb ik al veel van deze veldnamen of toponiemen gebruikt. Bij het onderzoek naar de vroegere Ringwalburcht ten zuidoosten van St.-Annaparochie, heb ik maar liefst een negental namen gebruikt als aanwijzingen.De afgelopen jaren zijn er al meer dan duizend veldnamen op ’t Bildt verzameld en op een rijtje gezet. Ik volsta hier met een tweetal voorbeelden,het Zilvermeer en de (eenden)Kooi, beide in ‘t noorden van ‘t Bildt.Het is denkbaar dat de veldnaam Zilvermeer (afbeeldingen 1 en 2) ontleend is aan een restant van de ingang van de waterweg, in het verlengde van de Holle Rijdt en iemand heeft dit de naam gegeven van Zilvermeer uit de titel van het boek De schat in het Zilvermeer van schrijver Karl May met zijn prairiehelden Winnetou en Old Shatterhand. Het tweede voorbeeld is de veldnaam De Kooi (afbeeldingen 3 en 4). Deze eendenkooi vond ik voor collega Gerard Mast vlakbij Stad Niks. Ik werd hiervoor bedankt met het volgende mailtje. ’Hast my hielendal oertsjûge. Geweldich dizze fynst! No hawwe wy de koai fan Dirck Jansz te plak. De oplossing sit dus yn de fjildnamme De Kooi. Kinst ek de bûtengrins fan de ‘kooij cavel’ oanjaan op in kaartsje fan 1832? It giet om de bûtengrins fan de 20ste kavel.Dêr soe dyn koai binnen falle moatte. Dy kavel is 28 morgen grut. It wurd ‘kooij cavel’ wurdt neamd yn de proklamaasje út 1696 en yn 1711 as ‘coycavel’.De oplettende lezer ziet dat er ondertussen alweer meer veldnamen zijn genoemd in mijn tekst.

Ontstaansgeschiedenis vaN Ouwe-Syl SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Mijn reis door deze geschiedenis begint bij de T-splitsing aan ’t eind van de Monnikenbildtdijk, Oosterdijk. In het Statenregister is de pre-kadastrale kaart van 1737 te raadplegen. Op de afbeelding 1 is deze kaart gecombineerd met de kadasterkaart van 2020. De groene lijn is de lijn die vanaf de hoek Oasterdijk naar de kade is getrokken, naar de directe omgeving (in de richting van de ouwe meander van de Ouwe Rij, die daar toen nog lag) van de verzakte kade (’t bruggetje over de Kaaifaart bij de Vrij Evangelische kerk tot de ingang van de Ds. M. Mooystraat.  En tijdens het trekken van die over ’t Nieuw-Monniken Bildt zag ik ineens één van die eerste zomerdijken voor mijn ogen opdoemen!  De eerste  zomerdijk is daar al vóór 1196 aangelegd. En deze dijk is in 1196 door een stormvloed zwaar beschadigd, ook in de genoemde strook langs de Kaaifaart.Het zand is daar diep weggespoeld. Later is dat gat weer dichtgeslibd met klei, wat een veel  slechtere fundering is voor zo’n nieuwe kade. Dit is ook te zien in de grondonderzoeken. De grond is van een dusdanige samenstelling, dat er door het trilblok, wat werd gebruikt werd om de langere damwanden te plaatsen, ’t verschijnsel ‘thixotropie’ optrad.Thixotropie (soms gespeld als tixotropie of thyxotropie) of pseudoplasticiteit is de eigenschap van een niet-Newtonse vloeistof, waarbij de viscositeit bij een constante schuifspanning door de tijd afneemt. Na het opheffen van de schuifspanning keert de beginviscositeit weer terug. De term thixotropie is afgeleid van de Griekse woorden "thixis", dat staat voor aanraking en "tropos", dat staat voor bewegen of mengen. De afname van viscositeit wordt veroorzaakt doordat de samenstellende deeltjes zich evenwijdig aan de opgelegde afschuifspanning gaan oriënteren. Het begrip is afkomstig van Herbert Freundlich, onderzoeker naar de grondbeginselen van de colloïdchemie.De uitgang gevormd door de Ouwe Rijd/kaaifaart naar de Middelzee hier, van Noord naar Zuid op ‘e Syl (Oudebildtzijl) is door de jaren heen een kwetsbare plek  gebleven. De doorbraken met de resterende wielen veroorzaakten omleggingen in de zomerdijken, die ook buiten het dorp zijn te zien.De haakse kavelsMaar hoe kon ik dan die zomerdijk zien? Ja, dan moet je de ‘haakse kavels’ in ’t landschap volgen en daar de dijk bij intekenen. Hierbij hou je rekening met de voor Billând relevante opeenvolgende grote stormvloeden van 1196, 1219 (St. Marcellusvloed), 1287 (St Luciavloed) De zomerdijken zijn ook aan de hand hiervan dus in tijd in te delen. Ook de bedrijvigheid in dit dorp Oudebildtzijl bepaalde in de loop van tijd de vorm van Ouwe-Syl. In 1505 is de Oudebildtdijk over de gehele lengte opgehoogd over de laatste zomerdijk. (Monikkendijk) Ook is op een aantal plekken grond uit (resten van) een zomerdijk gehaald, die daar in de buurt lag. De kavels werden direct al haaks (loodrecht) op de zomerdijken gezet. Hier en daar werden sloten langs de kavels gegraven voor de afwatering van de weilanden.Als er nu kavels evenwijdig lopen aan elkaar (als bijvoorbeeld op ‘t Oud Bildt tot ca. 1200, de eerste kavels van de monniken), dan staat de zomerdijk die erbij hoorde daar haaks op. De vier verschillende zomerdijken konden voor een groot gedeelte achter elkaar worden verspreid over de zeer brede kwelder rug, die zich hier ontwikkeld had na de storm van 838 Je ziet hier in afbeelding 2 deze zomerdijken op de kwelder rug, door en om Ouwe-Syl. (Oudebildtzijl)  Oudebildtzijl is dus ontstaan op het kruispunt van de Oude Rijd en ’n brede kwelderwal van na de storm van 838 . Afb. 2  Overzicht Oudebildtzijl en omgeving, De kwelderwal als basis met daarop de zomerdijken met dijkdoorbraken en wielen Overzicht zomerdijken en wielen Ouwe-Syl (afbeelding 3)  (0)   Vóór 1196     De eerste zomerdijk (ca 1,60+ NAP) tussen Mariëngaarde en Lidlum- Oosterbierum is aangelegd                                        door de hoofdelingen en monniken onder leiding van de vijfde abt Siardus, abt van 1194-1230.                                        Hij werd toen al Monnikendijk genoemd (archief abdij Tongerlo) Deze zomerdijk moesten                                        ze steeds weer repareren en verleggen, vooral na zware stormen.                                        De kavels vanuit ’t oude land (Oud Bildt) staan haaks (witte lijnen) op deze zomerdijk (groen)                                       ten Noorden van Ouwe-Syl.          1196                 Zware storm, ontstaan Wiel 1, De dijkdoorbraak (wiel) lag ter hoogte van nu de Vrij Evangelische kerk. (1)   1200-1219   De kavels vanuit het dan ook al ontgonnen nieuwe land (later Nieuw Bildt) staan haaks (gele Lijnen)                                        op de zomerdijk 1 om Zuid.  Draaipunt is de Pôle.         1219                  St. - Marcellusvloed Wiel 2, lag ten Zuiden van de Skitelbuurt.  (2)   1219-1287          1287                  St.- Luciavloed Wiel 3, achter de kroeg- nou ’t Graauwe Paard, later haven “de Kolk”. (3)   1287-1380   De Oudebildtdijk wordt om de kolk heen geleid en krijgt de vorm die hij nu nog heeft.                                        Eerst nog als zomerdijk, Monnikendijk later na 1505 als de Oudebildtdijk van nu.  (4)   1380-1505   Oude Rijd wordt gekanaliseerd met de Kaaifaart die mogelijk ook door de kloosterlingen                                       van Mariëngaarde is gegraven.  Nieuwe schutsluis van  rechthoekige vorm kruising                                       Kaaifaart/ Oudebildtdijk Doorsteek van Kaaifaart naar de Kolk, dichtgooien van ouwe meander. (5)  1505                 Ophogen van de zomerdijk Monnikendijk, wordt dan Oudebildtdijk (op 4,41 +    NAP)                                  De zomerdijk Monnikendijk heeft dus daar bij Oudebildtzijl tussen ca 1196 en 1287 langs vier verschillende tracés gelegen.Het dorp is al toen al vroeg gevormd door drie stormvloeden en de daarbij ontstane wielen.De knikken in de Oudebildtdijk hier ten Oosten van Oudebildtzijl ontstonden door de dijkdeurbraken, veroorzaakt door de zwaardere stormen via de Oude Rijd, ook de levensader door Oudebildtzijl.Na de doorbraak bleef een diep gat, de wiel achter, hier werd een nieuw stuk zomerdijk omheen gelegd. Afb. 3 Overzicht Oudebildtzijl met de zomerdijken, wielen en haaks kavels, geprojecteerd op de situatie nu. Google Maps. Sytse Keizer, Billând 2022     

Waterwegen Billând (2) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Sappesloot (9) (afb. 1) De naam Sappesloot komt voor in een vermelding van de 450 morgen Monnikelând in Charterboek II. Het Eerste deel van dit toponiem, ‘Sappe’ betekent loopgraaf naar een burcht/stins  Een goed gekozen naam, want de sloot liep tussen één van de drie Westhoestinzen (nu Sjoerd Jensma) en de motte bij Vrouwbuurtstermolen. Volg de cijfers in afbeelding 3: 1‘…Streckende van der Noorderzee aff Zuydwaerts over deselver Bilde’. De rode grenslijn van de 450 morgen loopt Zuidwaarts vanaf de Noordelijke zee (Wadden) over 't Bildt (nu Oud-Bildt). De monniken woonden en werkten ook al vanaf ongeveer het jaar 1300 na Chr. aan de westzijde van de Oude Rijd tot aan Vrouwbuurtstermolen. 2. ‘Tot een sloot die genoemt wort Sappesloot alias Monicke Rydt’ Dus loopt de Zuidelijke grenslijn van het Monnikenland helemaal door tot hij daar de Sappesloot snijdt. 3. ‘Sitkens Rydt’ Sitkens Rydt is de geul, die  in 1287 onstaan is tijdens de Sint Luciavloed. Deze geul is nog zichtbaar op de kaartreconstructie 1400 van Peter Vos. (afb. 2) en is als ondergrond ingetekend op dit detail van het BildtGIS. De zee heeft zich toen een brede, diepe weg gebaand via de al aanwezige geul van 500 en 800 die, na het dichten van de Sitkens Rydt, Holle Rijd genaamd.) De rode grenslijn buigt af richting het westen. 4. ‘Off olde ende nieuwe meeden’ Meeden zijn weilanden, vroege respectievelijk latere weilanden ten Zuiden van de Monnikendijk (later Oudebildtdijk) en in de oude, dichtgeslibde brede monding van de Sitkens Rydt/ Holle Rijd. 5. ‘ende voorts omme aen die Hooge Wieren’ Om de stinsen heen. Dit zijn minstens drie stinzen op de beschreven route. Hoge Wieren zijn stinzen volgens prof. Halbertsma. Tijdens mijn boerderijenonderzoek heb ik daar in het Monnikenland aan de Zuidzijde van de Monnikendijk, later Oudebildtdijk, 10 boerderijen ‘in de vaart’ en 9 gebouwen met trapgevels ontdekt. Een aantal hiervan kunnen ook de functie van stins hebben gehad. 6. ‘ende van daer voorts West/Noordwest aen naer der Zee toe’ Het Monnikenland eindigt met een grens in de richting noordwest, haaks op de kustlijn aan de andere kant van de Sitkens Rydt en volgend de Bildtse grens. ’ op .. nieuwe Bilde landen’ (Toelichting/vertaling Sytse Keizer) Er zijn nog gedeelten van deze Sappesloot te ontwaren. Afbeelding 4 laat nog een detail zien aan de Koude weg. 

Veldnamen op ’t Bildt (2) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Toponiemen Ringwalburcht-1 In de volgende twee artikelen wil ik alle relevante gevonden toponiemen noemen van mijn onderzoek naar de ringwalburcht ten Zuidoosten van St.-Annaparochie. Deze zijn in afbeelding 1 te zien met naam en locatie. De loop van de Ried en haar zijtak zijn ook ingetekend. Op de achtergrond: Luchtfoto 1959 1.      Belt Bron: DBNL (Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) Naamkunde jaargang 12: ” Er kan een onzijdig woord belt = gordel, zone, bocht vol slib (in de Middelsee-delta.) hebben bestaan naast de belt die we het beste kennen uit het Engels en door de Deens Nederduitse waternaam. Volgens mijn neef Pyt de Boer zijn in veel oud Friese woorden de korte e werd vernauwd tot i, zo kan    ‘t Bildt slaan op dit woord belt ” Dit kan dus via de Deense Noormannen hier zijn gekomen. 2.     Voorste en Achterste balkje (afbeeldingen 2 en 3) Dit is geen toeval meer, deze veldnamen en dan precies op die plek. Het woord 'balkje' heeft volgens Wikipedia ook de betekenis van brug. De twee percelen kunnen verwijzen naar twee bruggen, die daarover de gracht lagen. Mijn laatste schatting voor de breedte van de gracht is zo’n 150 m. Dit was toen niet met een (1) brug letterlijk te overbruggen. Hiervoor werd ’n speciale constructie gemaakt. Deze bestond uit ’n houten dek in zigzagvorm met daaronder twee steunpunten naast elkaar. 3.      Keeg, Keechy, Kaag Dit kan als volgt worden uitgelegd: ‘t stuk land wat eerst buiten de ringwalburcht ligt, buitendijks, hier eerst ‘in de gracht’ dus. Het voldoet ook aan de beschrijving ‘lage dijk of kade’, dat kan ook betrekking hebben op de wal/haven. 4.      Toponiem Prúlhoek In dit verband: rondsluipen om de ringwalburcht, patrouilleren/clandestien verkrijgen (SK: van de ringwalburcht en landerijen, boerderijen eromheen) – afb. 4 5.      Ouwe Kerkhôf Kerkhof waar de doden na het vechten daar dichtbij werden begraven.

De veranderende Oudebildtdijk (1) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL InleidingDe bedding van de laatste Burdines is tussen ca. 1200 en 1260 meerdere malen afgedamd in de toen Monnikendijk. Het was een zwak gedeelte daar tussen de Noorderweg en Koude Weg. (afb. 1 en afb. 2). Deze Monnikendijk die tussen 1505 en 1508 voor de laatste keer werd opgehoogd, bestaat uit twee gedeelten: de latere Armendijk en Oudebildtdijk (afb. 2). De Oudebildtdijk beschermt een groot gedeelte van het Oud-Bildt en is zo genoemd toen de verhoogde zomerdijk ten noorden hiervan de naam Nieuwebildtdijk kreeg. Die dijk ligt om het Nieuw-Bildt. De Armendijk "omarmt" het laatste stukje Oud-Bildt. In het bestek van 1505 stond voor de lengte van deze Bildtdijk 4000 roeden. De totale lengte van de Oudebildtdijk en Armendijk is 14 km en 250 m. Er wordt beweerd, dat de Bildtdijk (Armendijk en Oudebildtdijk) als een soort afsluitdijk in 1505 door de Middelsee is aangelegd. Mijn onderzoek toont aan dat dat een mythe is. Ik heb veertien bewijzen gevonden die dit verder onderbouwen. Hier noem ik de eerste vier. Bewijs 1 De basis van de Oudebildtdijk wordt gevormd door een kwelderwal. (afb. 3) Die is steeds verhoogd. Hij functioneerde als zomerdijk. In de winter zorgden hoogwater en stormen voor overstromingen. 's Zomers bood hij voldoende bescherming tegen de zee en liet men het vee grazen op het nieuwe Billând. Bewijs 2: “Dat er een weg vanaf de Noorderdijk naar het westen moet zijn aangelegd en wellicht de grondslag is geweest van de latere bedijking door de pachters in 1505-1508.” Dit is mede uitgevoerd door de kloosterlingen van Mariëngaarde en Lidlum, die zich daar midden 12e eeuw strategisch aan weerszijden van de Middelsee vestigden. De geschiedkundige Van der Wal schreef aan het einde van de negentiende eeuw: ” De weg werd verhoogd voor beschutting van het land bij gewone zomervloeden en diende ook voor het vervoer van het weidvee”. Bewijs 3  Dit zijn de sporen van leven, langs de zomerdijk in en om Oudebildtzijl. Deze sporen zijn nog terug te zien aan de hand van een complex van een Haven/sluis uithof, kalkovens en tichelwerk van de 13e eeuw. Ik kom daar nog op terug.  Bewijs 4 Hypothese van Ehbrecht. ‘De Friese elite moet ze hier binnengehaald hebben’ ,de monniken van Mariëngaarde en Lidlum, voor het aanleggen van zomerdijken, afdammen van geulen en stichten van waterschappen bij gebrek aan centraal bestuur. (zie Bildtse tijden, Monniken op Billând 7 aug. 2024.)Dat de Oudebildtdijk vaak is veranderd wordt ook in het vervolg aangegeven. Bron: Sytse Keizer,2022, Billând.www.sytsekeizer.nl

De veranderende Oudebildtdijk (2) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Kort na de storm van 1196 werd de Burdine afgedamd en was er geen getijbeweging meer in de uiterwaarden van de Burdine. Dit is achteraf te concluderen na een grondige studie. (inclusief de meeste bepalende stormen voor Billând van de 12e-16e eeuw) Bewijs 5:De strook van lichte zavel langs de Zuidkant van de Oudebildtdijk vormt de blauwdruk van de aanwezigheid (ver vóór 1505) van de Monnikendijk, later na 1508 de Oudebildtdijk. De uitgangen en de karakteristieken van de Oudebildtdijk en de Armendijk Om een goed beeld te krijgen hoe de Oudebildtdijk en de Armendijk zijn veranderd, worden deze dijken in vier karakteristieke dijkvakken ingedeeld ook aan de hand van de aanwezigheid en positie van de uitgangen: I     Buiten de uitgangen, II     De dam in bedding van de uitgang Burdine 800-1260III     Bedding uitgang Sitkens Rijd/Holle Rijd 800-1287-1450. IV     Armendyk. De vier uitgangen en de bodemkaart van de OudebildtdijkHet is nuttig en interessant de uitgangen van Billând te vergelijken met de bodemkaart. (Afb 1)Hierop zijn niet alleen de sporen van dijkdoorbraken in de vorm van verleggingen om de wielen langs de dijk te onderscheiden, maar ook in de strook van lichte zavel langs de Zuidkant van de Oudebildtdijk (donkergeel). De twee verschillende (qua richting) klokvormige waaiersporen moeten afkomstig zijn van alleen de toen enige bepalende stormen van 1219 en 1287, na de eerste afsluiting van Billând in ca. 1200. Op de plek waar vroeger de uitgangen lagen is de dijk zwakker. Vooral hier loopt de genoemde strook uit in een waaier. Het water stroomde tussen 1219 en 1260- II, en tussen 1287-1450 -III, door een diepere geul in de verder brede en ondiepe bedding. De lichte zavel in het zeewater had geen kans om te bezinken en werd door de sterkere stroom, verder meegenomen. Aan weerszijden van dat gat in de Oudebildtdijk is lichte zavel die geleidelijk verder van de dijk en van het gat bezonk waar de stroming minder zwakker werd. Dit is kenbaar door de waaiervorm.  De overheersende windrichting tijdens de stormramp van 1287 was Noordwest (twee grotere blauwe pijlen), te herleiden uit de richting van de uitlopen in de vorm van een waaier met de lichte zavel. De richting van de grootste pijl komt overeen met de bekende richting van de hierbij ontstane inham (Dijkshoek) en brede geul de Sitkens Rijdt. (later Holle Rijd en kleine Blikvaart- Blikvaart) De windrichting tijdens de stormramp van 1219 was Noord volgens de andere 4 kleinere blauwe pijlen. Tijdens de Allerheiligenvloed van 1570 is de zee op twee zwakke plekken zeer diep en ver door deze dijk gebroken. Dit is door Jan Jansz Coster op zijn kaart beschreven bij de boerderijen: Claes Stansz, ten oosten van de Holle Rijd met de woorden ‘genz wechg spuelt’ en bij Iantgen Philippus ‘wech gedreven’.  Hier zijn grote diepe wielen ontstaan zonder een spoor van uitwaaierend zand achter te laten. Op de kaart van Jan Jansz Coster zijn er veel doorbraakgaten zichtbaar in de Oudebildtdijk tussen Dijkshoek en Oudebildtzijl. De doorbraken in de rest van de dijk waren niet zo diep door de afnemende kracht van de zee.  De al aanwezige zomerdijk van de Nieuwebildtdijk en het brede stuk oud kwelderland tussen deze dijk en de Oudebildtdijk zorgden hiervoor. Alleen de bovenkant van de Oudebildtdijk was geroerde grond door de laatste ophoging van 1505-1508. De zee heeft daardoor in de rest van dijk, de onderliggende laag niet bereikt en is daar ook niet een spoor van uitwaaierend zand te zien achter de dijkdoorbraak. Er hoefden geen nieuwe stukken dijk om de gaten van de doorbraak van 1570 heen te worden gelegd en het tracé van de Oudebildtdijk bleef in stand. (H. Sannes,1951,Geschiedenis van het Bildt deel I=blz. 81) Omstreeks 1260 slaagden de monniken erin om de Burdine van 800 -1100-1250 na Chr. definitief af te dammen. Het getij bleef daarna buiten het Billând.  Andere bron: Sytse Keizer, 2022, Billând.

De veranderende Oudebildtdijk (3) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL De helft van de grond van de doorsnede uit het bestek van 1505- Oudebildtdijk lag er toen al en er is extra grond uit de vaarten ter weerszijden aangebracht.’  Afb. 1 Bewerking tekening van de doorsnede van de Oudebildtdijk volgens het bestek 1505- rood, A-B-C-D (Sytse Keizer) Ontwerp en uitvoering OudebildtdijkDe vaart aan de zuidzijde (Ouwe-Dykster faart) was in 1509 al gegraven. (zie Bildtse tijden – Boerderijen op ’t Bildt.) Ook moet de sloot aan de noordzijde al zijn gegraven tussen 1505 en 1508. De hoeveelheid grond van beide hieruit ontbrak in het oorspronkelijke bestek van 1505.  Bewijs 6:Vergelijking van het totaal aan verwerkte grond en de totale inhoud van de dijk uit het bestek van 1505. Wat was de inhoud van de al aanwezige grond van de Oudebildtdijk, voordat deze in 1505 -1508 werd opgehoogd? De berekening hierna is gebaseerd op een dijklengte van een strekkende meter.  Zie afb. 2. Volgens het bestek werd de grond uit de sloot aan de binnenkant (landzijde) van de dijk gebruikt. (1,8 m3 ) Ook moest er een ‘strook grond van vijfentwintig meter breed en zestig cm diep worden ontgraven, elf meter buiten het punt, waar de dijk begon’. Dat is dus 15 m3 grond. De berekening van de totale inhoud aan de hand van de door mij bewerkte doorsnede uit het bestek is: 33,53 m3. Dat betekent, dat er dus al 33,53 - (1,8+15) = 16.73 m3 (= 49,90 %) lag Dit lag er al als zomerdijk, opgebouwd uit een verhoogde kwelderwal (afb.1) voordat de Oudebildtdijk werd opgehoogd tussen 1505 en 1508.  Mede op grond van mijn andere studies van het Billând kan ik de conclusie trekken, dat deze zomerdijk er al lag vanaf de 9e eeuw en Billând in ca. 1200 na het afdammen van de Burdine, voor het eerst was ingepolderd. Die dijk is steeds opgehoogd. De zeedijk heeft hem ontwikkeld van een kwelderwal, een laag zomerdijkje tot een toen volwaardige offensieve dijk na de verhoging tussen 1505 en 1508. De dijk is dus heel veel veranderd in vorm, hoogte en functie.In afb.1 is de totale ontwikkeling van de Oudebildtdijk van de 9e eeuw tot nu 2024 uitgebeeld. We beschouwen hier de  dwarsdoorsnede, die met de Algemene Hoogtebestand Nederland (AHN) is genomen in de Oudebildtdijk tegenover nr. 80. 

De veranderende Oudebildtdijk (4) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL In dit vierde deel  van deze vervolgserie pakken we de draad op met het zevende  tm. het elfde bewijs voor het bestaan van de Oudebildtdijk vóór 1505, toen nog Monnickendijck Bewijs 7  Zeer goede bouwlanden. In het boek ‘Een Uytland geheheten Bil’ (Leendert Ferwerda, 2005) blz. 20, staat: na 1505- 1508 SK “Alle zynze zeer goed tot Bouwlanden niet alleen, maar ook tot zeer voedzame Weilanden”. Na 1508 is dus al land op het Oud-Bildt geschikt voor de landbouw en veeteelt! Dan moet dat toen al veel eerder beschermd zijn door een hogere zomerdijk, anders was dat het land veel te brak of zout! Bewijs 8 Er zijn nu (2024) duidelijk veranderingen van het verloop van de Oudebildtdijk te zien met vele omleidingen en percelen staan niet overal meer haaks op de dijk. In de Bildtrekeningen (jaren 1505/1508-1575 en 1629-1633) is geen sprake van veranderingen van oppervlakte van percelen en kavels. Dat zou wel zo zijn bij het verleggen van de dijk om een dijkdoorbraak, wiel, heen. Die veranderingen in het tracé van de Oudebildtdijk (toen nog Monnickendijck) moeten dus vóór 1505 zijn opgetreden. Bewijs 9 De Middelsee moet niet worden gezien als een diepe en brede zee met de Oudebildtdijk als een soort afsluitdijk. De Burdine liep als een diepe geul door Billând met aan weerskanten ondiepe uiterwaarden tussen de kwelderwallen van Leeuwarden-Holwerd en Marsum-Tzummarum  (afb.1) (ook te zien in boormonsters). Deze uiterwaarden en geul zijn geleidelijk vanuit het zuiden afgedamd door zomerdijken. Bewijs 10 De Oudebildtdijk vormde dus in 1200 al samen met de andere zomerdijken: de Griene Dyk - oeverwal Beetgum-Minnertsga, Skrédyk/Langstraat, Zuidhoekster Middelweg en Middelweg, een pact tegen de zee om Billând stap voor stap in te polderen. Bewijs 11 Dijk “op de oude maten”. Zelfs na de Allerheiligenvloed van 1570 bleef deze dijk Oudebildtdijk SK “op de oude maten“. (bron: Sannes, Geschiedenis van ’t Bildt. deel 1, blz. 81). “Tussen 1509 en 1570 is de Oudebildtdijk op geen enkele plek doorgebroken. De zware Bildtse zeedijk (1,50 m hoger en veel zwaarder dan de andere dijken om Fryslân) heeft hiervoor gezorgd”. Dit is een extra bewijs, dat de verandering van de loop van de Oudebildtdijk uitsluitend vóór 1505 hebben plaatsgevonden. Dit is heel goed te illustreren met de twee dijkomleggingen bij de Kouweweg en Nij Altoenae. Op de afbeeldingen 2 en 3  heb ik de sporen van de twee dijkdoorbraken op deze plekken en de achterbleven wielen kunnen “blootleggen”. Op afb. 3 zie je een detail van de dam(zwarte lijn)  in de Monnickendijck, die daar rond 1200 en 1260 in de brede bedding van de Burdine toen, tussen Nij Altoenae en de Kadal is aangelegd. Deze Burdine liep via Marsum, de Prúlhoek, diagonaal langs Nij Altoenae, richting Zwarte Haan. De dam in de geul bleef een zwakke plek voor de vaak felle overstromingen, gezien de littekens van de dijkdoorbraken, wielen, omgeleide dijken, bodemstructuur en de verstoorde perceelstructuur, bij de Kouweweg en Nij Altoenae.

De veranderende Oudebildtdijk (5) SYTSE KEIZER, OUDEBILDTZIJL Wij zijn nu toe aan de afronding van deze serie over de Oudebildtdijk. De laatste vier bewijzen, dat deze dijk al vóór 1505 bestond. Bewijs 12  Vier zomerdijken vóór 1505, om en door Oudebildtzijl, haakse percelen. De lijnen, randen van de percelen aan weerszijden van de dijk hier en haaks op een zomerdijk geven aan dat hier eerder verschillende zomerdijken, elk met zijn eigen tracé om en door Oudebildtzijl lagen. Zie afb. 1 Bewijs 13 450 Monnikenland. (bron: Groot Placaat en Charterboek II, 386) Het Monnikenland van 450 morgen (1 morgen is 0,92 ha) langs de zuidkant van de Oudebildtdijk onderschrijft de aanwezigheid van deze zomerdijk, (eerst “Monnickendijck” genoemd). Zonder de bescherming van deze zomerdijk was dit nieuwe ontgonnen land niet blijven liggen. Bewijs 14  De Monnickendijck werd steeds opgehoogd tot 1508 met klei van de zeekant en ook uit de sloot, binnen- en buitendijks. Dit ophogen van de Monnickendijck was ook aangetoond in de Oasterdyk (ten oosten van Oudebildtzijl) toen daar bij werkzaamheden de dijk even openlag en verschillende lagen zichtbaar werden, begin jaren tachtig. Ook was dit te zien bij Koehoal in het verlengde van de Oudebildtdijk (afb. 2) Bewijs 15 De Oudebildtdijk hier tegenover de skitelbuurt in Oudebildtzijl (afb. 3) was als zomerdijk al ingeklonken tot een compacte, stevige massa, die in 1505 zo steil (links van A, bruine dijk) kon worden afgegraven om ruimte te maken voor de vaart om de huizen van de skitelbuurt in Oudebildtzijl heen. Andersom geredeneerd: Indien er in 1505 geen zomerdijk was geweest en vanaf het maaiveld moest worden opgebouwd, dan was er alle ruimte geweest voor de vaart en de dijk. Het dijktalud had dan een veel flauwere helling gehad. Met dit deel rond ik deze serie af over de trouwe Oudebildtdijk die door de eeuwen heen veel verandering heeft ondergaan in naam, hoedanigheid, functie etc.… Andere bron: Billând, 2022, 2023 en 2025 Sytse Keizer

Boerderijen op ’t Billând en ’t Bildt (3)Sytse KeizerBildtse winkelhaakboerderij Het jaar 1519 is van belang, toen twee “Hooge Wieren” werden genoemd in de beschrijving van de 450 morgen monnikenland. Het zijn de 2 stinsen, die daar in de Westhoek al eerder vóór het verder ophogen van de Oudebildtdijk in 1505 stonden. Ze zijn nog duidelijk te zien op de kaart van Jan Jansz Coster (1571) als een groot gebouw in de vorm van een winkelhaak met een trapgevel. Dit type gebouw was daar in de 15e eeuw ook door de geestelijken op het Oudland neergezet. zie afbeelding 2. Het typische Bildtse winkelhaaktype komt nog veel voor in de Oost- en Westhoek , dit kan zijn bepaald, beïnvloed door deze stinsen.(afbeelding 3)De monniken bouwden al stinsen en schuren vanaf de 12e eeuw in de buurt van hun abdijen. Deze stinsen waren voorzien van torens, grachten, poorten, valbrug en hadden een verdedigende functie. Verder fungeerden deze bolwerken ook als agrarische bedrijf ten tijde van vrede. De stinsen zijn verwoest, afgebroken of veranderd van functie. (voorlopig nog drie teruggevonden).Ik heb in totaal 19 van dergelijke gebouwen op genoemde kaart gevonden, stinsen, uithoven met haakse trapgevel van de monniken. Nader onderzoek geeft aan dat er een 15-tal hiervan op woonterpen stonden, die daar al veel eerder (in elk geval ca 1000 na Chr.) waren aangelegd of ontstaan. Het verschil in hoogte tussen de zeespiegel en het hogere maaiveld maakte dat mogelijk. Maar wanneer en hoe zijn deze terpen dan ontstaan? Afbeelding 1. laat het verloop zien van de hoogte van de zeespiegel door de eeuwen heen hier langs de kust van Billand met de transgressie- en regressielijn. De permanente stijging van de zeespiegel is de zogenaamde transgressie, bij het dalen ervan spreekt men van regressie. Verder is aangegeven, hoe de natuur, bewoners de horizon en de verschillende “woonlagen” hebben gevormd. De schuren, moesten daar blijven op de woonterp voor het onderdak brengen van o.a. het vee. 

Ouwe-Syl, 12de eeuw-1508 -1Ouwe-Syl is genoemd naar de syl, de sluis (‘pyp’) van het dorp. Hier beschrijf ik het ontstaan van dit dorp en de activiteiten van de Norbertijnse monniken van Mariëngaarde (vanaf de tweede helft 12de eeuw). Het dorp was al gauw van belang voor de ontwikkeling van het Billând, met onder meer een haven en Uithof als een voorpost voor de geestelijken van de abdij Mariëngaarde.Wiel, Kolk, haven en schutsluis OudebildtzijlOuwe-Syl is getekend en heeft zijn uiteindelijke vorm gekregen door overstromingen, die grote en diepe wielen (gaten, waar het water achterbleef in en achter de zomerdijk) veroorzaakten.Er hebben verscheidene van dergelijke natuurverschijnselen plaatsgevonden rondom 1200. D stormen die de meeste schade veroorzaakten zijn die van 1196, de St.-Marcellusvloed in 1219 en de St.- Luciavloed in 1287.De zee drong toen binnen via de levensader, maar ook de zwakste schakel van Oudebildtzijl,de Oude Rijd. Er ontstond bij elke grote storm een wiel, een krater in de dijk. Zo ontstondendrie wielen en vier zomerdijken die door en om Oudebildtzijl lagen. De ontwikkeling van ditBildtse dorp voltrok zich in de volgende fasen (afb. 1).0. De zomerdijk ten noorden van Oudebildtzijl tot 1196. Wiel 1 in 1196.1. De zomerdijk ten zuiden van Oudebildtzijl, wiel 2, Skitelbuurt/ijsbaan in 1219.2. De zomerdijk door het dorp, wiel 3, de Kolk in 1287.3. De zomerdijk door het dorp 1287- 1380.4. Kanaliseren Ouwe Rijd naar Kaaifaart, doorsteek Kaaifaart naar de Kolk. 1380-1505.5. Ophogen zomerdijk Monnikendijk, wordt dan Oudebildtdijk (op 4,41+ NAP) 1505/1508Na 1287 zou de bedrijvigheid in Oudebildtzijl zich snel ontplooien:Fase 2, 1287Vanaf de komst van de Norbertijnen in nu de regio ‘t Bildt, hadden de boeren en monnikenal drie zomerdijken tot 1287 (groen, zwart en geel, afb. 1) aangelegd om en door het dorp en(gedeeltelijk) weggevaagd door natuurgeweld. Eén van de grotere aanvallen vanuit zee opOuwe-Syl was de Sint-Luciavloed van 1287. In afb. .2 zien we de wiel die achterbleef, geprojecteerdop de huidige situatie. De monniken hebben direct na die ramp van 1287 toen vande nood een deugd gemaakt.De nieuwe zomerdijk werd om de wiel gelegd en dit gat werd de bouwput voor een nieuwehaven en sluis, de Kolk. En de Oude Rijd werd aan de noord- en zuidkant aangesloten en daar voorzien van een schutdeur, afb..3. (‘zoutloos doorvaren op gelijk waterniveau’). Maar men plaatste nog een derde deur aan de westzijde van de kolk en die was als een soort bypass verbonden met de vaart ten noorden van de Oudebildtdijk. Dit verbindingskanaal is zichtbaar op de bekende kaart van 1571 van Jan Jansz Coster.Zo werd ook het varen naar de westzijde door de genoemde vaart mogelijk gemaakt. Volgende keren het vervolg.Bron: Sytse Keizer 2022, 2023, Billând, hoofdstuk 11 en 12.Afb. 1 De drie wielen en vier zomerdijken om en door Oudebildtzijl

Kanaliseren Ouwe Rijd naar Kaaifaart Wij pakken de draad weer op bij fase 4, ca. 1380 -1505 (afb. 1). In de annalen van 1505 is er geen sprake van werkzaamheden aan een kanaal door Ouwe-Syl. De meander in de Ouwe Rijd moet al eerder zijn gekanaliseerd tot de Kaaifaart dwars door het dorp. De oude naam van Ouwe-Syl, de Leije, doet hieraan herinneren. Dit betekent namelijk ‘de verlegging’. Het schutten moet zijn verplaatst, rond 1380, naar de sluis op de kruising van de Ouwe-Dyk en het kanaal. Dit als een schutsluis, een kolk met 2 stel puntdeuren. Deze meer moderne schutsluis was in 1373 voor het eerst in gebruik in Nederland (Vreeswijk). Ook daar was een brug nodig naast de schutsluis. De bebouwing op de Keuningsstreek is uitgebreid in zuidelijke richting, vanaf het verbindingskanaal daar. Mogelijk is de boerderij (nu nr. 20) daaronder gesticht in deze fase.De kolk bleef een haven en had en hield nog een tweede functie: spuikom. Want de kolk liet men tijdens vloed vollopen en bij eb werd de grote hoeveelheid water door de Kaaifaart gejaagd om daar de vaarroute op diepte te houden, richting nu Nije-Syl. Pas in 1655 was de Kaaifaart zover dichtgeslibd, dat de sluis op ‘e Syl haar schip-schuttende functie verloor. Daarna werden de deuren alleen nog bij hoogwater gesloten. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werden ze verwijderd, schotbalken moesten nog bij extreme weersomstandigheden redding bieden. In 2006 zijn deze toch vervangen door een nieuw stel puntdeuren. Afb. 2, fase 5 1505-1580. Nieuwe verbinding Ouwedyksterfaart – Ouwe Rijd1505-1580 (afb. 2.) In 1505 kwam er een nieuwe sluis op dezelfde plek en de Ouwedyksterfaart-zuid/noord werd uitgegraven voor aanvulling van de dijk. Dit was bij de Skitelbuurt geen sinecure, want inmiddels waren er huizen gebouwd en de eerste bewoners van ‘e Syl hadden zich al genesteld aan de Skitelbuurt en Keuningsstreek, achter de zomerdijk en de hogere en brede Aerden Plaats. De vaart werd daar smaller en er moest hiervoor nog meer ruimte worden gemaakt. Dit wordt verklaard door de aanwezigheid van het zeer steile gedeelte. De compacte ver ingeklonken zomerdijk Monnickedijck werd daar steiler, tot 50 graden, afgegraven. (zie detail, linksboven afb. 2) Op de kaart van Jan Jansz. Coster (1571) staat de Kolk niet meer. Hij kan vóór 1571 zijn vervallen en vervangen door de kade van de Laaister- en Keuningsstreek, die de havenfunctie overnamen. In 1527 stond er al ’n Accijnsmeesterhuis (Koningshuis) aan de Keuningsstreek om daar de invoerrechten van o.a. wijn, bier en linnen lakens te ontvangen.Bronnen: Sytse Keizer 2022, 2023, Billând, hoofdstuk 11 en 12 en informatie Douwe Zwart, 2013, de Bildtse Post in artikel ‘451 jaar ouwe Bildtse stenen opdoken’.

Sylster Siel Ds. Schuilingstraat Inleiding De geschiedenis van de Ds. Schuilingstraat gaat terug tot rond het jaar 1200. In deze periode begonnen boeren en monniken van het klooster Mariëngaarde met het aanleggen van een zomerdijk op een reeds aanwezige kwelderwal. Deze dijk werd de Monnikendijk genoemd en was van groot belang voor de bescherming van het gebied tegen het water. Ontwikkeling van de hoofdweg. Aan de oostzijde van de Monnikendijk ontstond snel een enclave, waarvan een uithof van klooster Mariëngaarde het middelpunt vormde. De nederzetting werd via de zeegeul, de Oude Rijd van 1200-1287 drie keer getroffen door zware overstromingen.  Hierbij brak de dijk op een aantal plaatsen door en er ontstonden wielen (kolkgaten) achter de dijk aan de landzijde. Steeds werd de herstelde dijk om deze wielen heen geleid, wat bepalend was voor de uiteindelijke vorm van Oudebildtzijl. Ook in het huidige gebied van de Ds. Schuilingstraat zijn de sporen van een wiel zichtbaar (wiel 2-zwart, zie afbeelding 2). Hier werd de zomerdijk voor de tweede keer om een wiel geleid (aangegeven met een gele lijn). De derde dijkdoorbraak en het daarbij ontstane wiel (geel) bepaalden uiteindelijk het verloop van de hoofdweg (geel/oranje/rood).  Latere veranderingen en benamingen. Na deze gebeurtenissen werd de Monnikendijk meerdere malen verhoogd en werd de overgebleven doorbraak, de Sitkens Rijd ten westen, uiteindelijk gedicht. De laatste verhoging van de Monnikendijk vond plaats in 1505.  Nu is  dat de Oudebildtdijk . In de volksmond kreeg de hoofdweg door Oudebildtzijl verschillende namen. Het gedeelte van de hoofdweg ten westen van de sluis of ‘pyp’ in de Ouwe-Rijd (lichtblauw) werd Hoge streek west genoemd, terwijl het deel ten oosten Hoge streek oost heette. Het lager gelegen, zuidelijke deel aan de westzijde kreeg de naam Lege (Lage) streek’ vanwege de lagere ligging langs de oude wiel ten opzichte van de hoge dijk. (afbeelding 3) Uiteindelijk werd dit westelijke deel bekend als de Ds. Schuilingstraat, genoemd naar Ds. Roelof Schuiling (1783-1871), die dominee was bij de Doopsgezinde Gemeente in de oude vermaning aan deze straat (huisnummer 6). Voor meer informatie: www.sytsekeizer.nl,  sytse.keizer@gmail.com

Westhoek is een dorp en Oosthoek is een buurtschap in de provincie Fryslân, gemeente Waadhoeke, t/m 2017 gemeente 't Bildt. Zij hebben veel historische, geografische en maatschappelijke verwantschap en werken op veel gebieden samen. Ze worden dan ook beschouwd als een tweelingbuurtschap, ook door de inwoners, getuige o.a. het gezamenlijke, in 1960 opgerichte Streekbelang Oost- en Westhoek. Westhoek Westhoek ligt in het gebied van Wereld Erfgoed Unesco. It Fryske Gea beheert de kwelder achter de zeedijk. De kwelder heeft zichzelf gevormd met aanslibbing tussen de Lange Dam, Kleine Dam en Lange Dam tot aan de Boonweg. Ondertussen is het begroeid met zeekraal en zeeaster tussen riet. De vogelaar halen hier hun hart op met Blauw gorsen en Valken. Ook zijn hier zowel vossen, herten als zeevogels, smienten en rotganzen en aalschovers. Op de Deltahoge zeewering staat een monument dat herinnerd aan de poerdersramp. Ook staat er een dubbele bank met ijzeren overkapping in de vorm van een zuidwester. De dijkhuisjes staan in lintbebouwing van Armdyk/Dykshoek tot aan Oude-Bildtzijl. Begin en eind zijn gekenmerkt door mooie houten palen met koperen inskriptie: De Mooie Palen. De dijkhuisjes herinneren aan de vissers, die haring, zalm, ansjovis en bot vingen, om naast hun werk als arbeider bij de boer, nog iets wilde bijverdienen. Vanaf 1968 kwamen er veel Noord-Hollanders hier in hun goedkoop gekochte pandje vakantie te vieren. Er wonen hier veel kunstenaars: kunstschilders, schrijvers, glasblazers, pottenbakkers, met eigen atelier en soms winkeltje. Het enige nog overgebleven middenstandwinkeltje is specialist in witgoed. Bekend bij de bevolking als Hemrika, die ook molenaar was in de helaas gesloopte poldermolen. Vroeger waren er meerdere dijkdoorbraken. Daarom plaatste men een sluis in de dijk ter hoogte van de Holle Rij, een doodlopende arm van de Born, die uitmond in de Waddenzee. In 1991 kreeg het westelijke gedeelte van de dijk een dorpsstatus om de openbare basisschool te behouden, wat helaas na enkele jaren toch moest sluiten wegens te weinig leerlingen. In 2022 telt de bevolking 260 inwoners. Vanaf nummer 920 tot 440 in de Oosthoek valt de dijk onder St.-Jacobiparochie. De dijk heeft naar het zuiden toe invalswegen de Westerdyk, de Kadal en de Koudeweg. Naar het noorden, na de zeedijk, ligt in het midden scheef tegenover de Kadal de Boonweg.



Nomineer een onderwerp voor deze dorpscanon